Met de opmars van digitale decentrale valuta als Bitcoin en Ethereum zijn belangrijke stappen gezet in de richting van een democratisch en betrouwbaar systeem van waarde dat niet afhankelijk is van staatkundige eenheden als landsbanken en wisselkoersen. Decentraal betekent hier dus dat er geen instituut of instantie verantwoordelijk is voor waarde, verkeer of fluctuaties in de betrouwbaarheid van waardeeenheden. De blockchain geldt als “vingerafdruk” van die waarde en wordt voortdurend bijgewerkt door transacties tussen nodes. Deze nodes zijn de dragers van de blockchain, of de keten van vastgelegde transacties. Die transacties bewijzen een economische beweging en herbergen daarmee waarde.

Het is een kleine denkstap van een economisch systeem van waarde in de uitwisseling van (financiële) transacties naar een educatief systeem van waarde in de uitwisseling van (informatie-) transacties. De blockchain is niet alleen een zinnige metafoor om geldbewegingen in uit te drukken, maar leent zich ook uitstekend voor de uitwisseling van kennis en informatie tussen handelende subjecten (agens/nodes) in een netwerk. Belangrijke overeenkomsten zijn de voortdurend vastgelegde transacties tussen nodes (een decentraal curriculum) als een ledger voor kennisuitwisseling in plaats van waardeverplaatsing. Een belangrijk verschil is dat kennis niet vermindert met het uitwisselen ervan, maar juist potentieel oneindige groei kent. Dit is te interpreteren als een Keynesiaanse kenniseconomie: in het delen van informatie ontstaat juist een groter corpus dat deelbaarheid behoudt en dus slechts kan toenemen. De harde grens van grondstoffen en productiemiddelen zoals die in een reguliere economie bestaat verdwijnt in de efemere handel in kennis en informatie.

Een belangrijke motivatie achter een decentraal onderwijsprotocol is de erbarmelijke staat waarin het moderne onderwijs verkeert. Scholen bewijzen zich telkenmale als achterhaalde instanties, waar kinnesinne of nepotisme onder het personeel direct afstraalt op de kwaliteit van het onderwijs en dus op het repertoire en de vaardigheden van de leerling. Als het bijvoorbeeld gaat over mediawijsheid of digitale vaardigheden hebben docenten een aardige achterstand in te lopen op de leerlingen. Ook is het de vraag of de zelfverklaarde autoriteit van het onderwijsinstituut, dat zich baseert op door de overheid bepaalde kwantitatieve normen, wel houdbaar is in een snel veranderende wereld waarin de mondigheid van de leerling steeds meer centraal komt te staan. Bronnen en methodieken waar het docentenapparaat zich van bedient lopen meestal achter op de actualiteit omdat docenten zich niet voortdurend laten bijscholen en commerciële leermethodes als toonaangevend worden gezien. Aanpassingen en koerswijzigingen gaan te traag en kosten geld en energie en de “moderne” school is al genoeg tijd kwijt aan administratie en verzuimregelingen. Oftewel: de werkelijkheid haalt het didactisch theater in. Hier is behoefte aan een grondige herziening van de gang van zaken zoals te doen gebruikelijk.

Decentraal onderwijs betekent niet dat elke leerling maar zijn of haar gang kan gaan. Het betekent dat de leerlingen tezamen tot een curriculum komen. Waar een virtuele munt in zijn eigen ledger bijhoudt wat zijn transacties zijn (en daar waarde aan ontleent) staat elke leerling voor een geheel van transacties in kennis en informatie. De actieve rol van die leerling betekent het zelf op zoek gaan naar kennis en informatie en die in intern te verbinden met repertoire en zo tot inzicht te komen en extern te delen en te verbinden met anderen om zo het repertoire uit te breiden. (Ter ondersteuning kan hier uitgeweid worden over epistemologie en de totstandkoming van kennis in het brein.)

De leerling is een totaal van transacties. Die transacties bevorderen kennis en inzicht en leveren uiteindelijk waarde op voor de leerling. De waarde van die leerling is uit te drukken in de spreekwoordelijke Knikker (XP-coin). Door blootstelling aan andere leerlingen en andere kennisbronnen vermeerdert de leerling zijn/haar kennis. De waarde van een bron wordt niet bepaald door een instituut (zoals een leermethode een waarde krijgt toegekend in de invoeging ervan in het instituut) maar door een graad van dynamiek en diversiteit gedeeld door populariteit. Zo loont het om zoveel mogelijk verschillende kennisbronnen te raadplegen en is het juist de diversiteit in de transacties die tot de waarde van de leerling leidt. Een bron die  door veel leerlingen wordt geraadpleegd vermindert in waarde als de leerling dezelfde bron vaker raadpleegt. Als deze bron wordt afgewisseld met andere, minder geraadpleegde bronnen (omdat die nieuw zijn of zeldzaam) katalyseert dat de transactiegeschiedenis en neemt zo waarde toe.
 
Het decentrale systeem staat toe dat er een oneindig aantal kennisbronnen aan het netwerk kan worden toegevoegd en dat de waarde van die bronnen afhankelijk is van de mate waarin die geraadpleegd en gecombineerd worden met andere kennisbronnen. Zo loont het om een nieuw boek te lezen en dit te combineren met een andere (actieve) kennisbron als een leerling of docent. Beginnen we met een genesis-blok waarin niets nog waarde heeft en brengen we de bewegingen van de nodes in kaart, dan ontstaat waarde uit de collectieve beweging van de nodes naar bepaalde onderdelen (kennisbronnen) in het netwerk. De uitputtelijkheid van een bron bepaalt ook mede de waarde van die bron. Zo is een eenzijdige bron, of een bron die zich weinig ontwikkelt door actieve transacties aan te gaan, uiteindelijk laag in waarde. Knikker (XP-coin) meet de diversiteit in transacties en kent op basis daarvan waarde toe aan de nodes, die de dragers zijn van het curriculum, dat ontwikkeld wordt op basis van de bewegingen in het netwerk.

Een heet hangijzer is uiteraard de manier waarop deze transacties (in de blockchains die de nodes in zich dragen) wordt bijgehouden. De eenvoudigste manier is door een applicatie op een mobiel apparaat, dat voortdurend de bewegingen en contacten van de node bijhoudt. Het is noodzakelijk en essentieel dat dit op anonieme basis gebeurt, omdat de virtuele node, die representatief is voor het leertraject van de leerling, niet terug te voeren mag zijn op een fysieke agens in de echte wereld. Knikker (XP-coin)s bestaan uitsluitend in de virtuele pendant van de echte wereld waarin de node beweegt, maar ze kunnen ook niet zonder elkaar. Waarde is hier een dusdanig abstract begrip dat het uitsluitend in de abstractie van de uitwisseling / transactie kan bestaan. Hiermee wordt een studiepad of leertraject gemeten en gekwalificeerd, bij een uiteindelijke waarde wordt een graad toegekend en die graad is als een diploma. Als motivatie achter het systeem is het wellicht evenwel wenselijk een betaalmogelijkheid te ontlenen aan het studiepad, maar de vraag is of de ondeelbaarheid van kennis (die kan zich slechts vermeerderen) geschikt is om iets deelbaars als een economie of handelssysteem aan te koppelen. Wordt de waarde van de kennistransacties bijgehouden in een mobiel apparaat, dan kan dat als betaalapplicatie gelden en kost een broodje in de schoolkantine bij wijze van spreken een bepaalde hoeveelheid aaneengeschakelde transacties.

De ideale omega-situatie is er een waarin de waarde van een economische agens wordt afgemeten aan de hoeveelheid kennis die hij of zij genereert of opbouwt en daarmee een economische transactie kan bekostigen. Oftewel: maatschappelijke waarde bestaat niet uit geld maar uit de kennis en vaardigheden die voorafgaan aan een transactie in financiële waarde. Dat leidt tot een meritocratisch in plaats van een kapitalistisch systeem. Knikker (XP-coin) is een opstapje naar de nieuwe wereld.