Kijken naar cultuur is de tweede themabijeenkomst geleid door Frans Kranenburg. Kranenburg is een autoriteit op het gebied van internationaal onderwijs (hier nader geduid). Ik ben we gecharmeerd van deze halve Hongaar. Ook dat bindt, merk ik. Ik ben geneigd om hem te groeten met jó napot kivanok en te vetrekken met een vísszontlátásra, maar dat lijkt me wat overdreven. Kranenburg spreekt het ook niet, heeft hij laten weten. Kranenburg bewijst zich hier ook weer als een grondig voorbereid en toegewijd instructeur: hij is de enige die blackboardpagina’s inricht en met stapels literatuur aan komt. Dat is deze keer (en de volgende keer) niet anders.
Kranenburg begint deze bijeenkomst Kijken naar cultuur met de vraag: wat wil je dat anderen over je weten? Van de 9 aanwezigen dreunen er 7 hersenloos een soort Lingo-introductie op: ik ben [voornaam] [achternaam]. Ik kom uit [woonplaats]. Ik ben [leeftijd] jaar oud. Ik hou van [hobbys]. (Aan creativiteit is onder de lio’s een stuitend gebrek, getuige niet alleen deze bijeenkomst maar ook de ideeën van de groep bij Visies op onderwijs en de formele onzekerheid van mijn collega-maatwerkers over de PGO posterpresentatie. Als gezegd wordt: wees creatief betekent dat eigenlijk “ga je gang, anything goes”. Ik zou willen dat creativiteit een beoordelingscriterium was….) Ik doe dat natuurlijk anders. Ik wil dat mensen zo min mogelijk over me weten. Het belangrijkste in de communicatie is eerlijk en open te zijn, niet hypocriet of zogenaamd wenselijk gedrag te vertonen. Dat is sterk gecorreleerd aan mijn onderwijsopvattingen. Ik heb voor de volledigheid ook maar mijn naam genoemd, maar dat is eigenlijk iets dat ik niet eens belangrijk vind. Mijn naam is eerder een struikelblok dan een inzicht. Een naam is ook maar een naam… De groepsgenoten denken daar blijkbaar anders over…
Hoe stel je jezelf voor? Kranenburg introduceert met deze vraag de diversiteit in cultuur. Wat we willen weten, wat belangrijk is wisselt per cultuur. In het internationaal onderwijs is het belangrijk om je daar bewust van te zijn. Een soort meta-cultureel standpunt is dan ook een belangrijk streven. Of iemand je dan wel of niet de hand schudt mag geen rol spelen, maar je moet je wel kunnen schikken in andermans cultuur. Het is aannemelijk dat in het internationaal onderwijs iedereen die mindset heeft en niemand uiteindelijk geschoffeerd zou zijn door het niet tegemoet komen aan iemands (impliciete) culturele verwachtingen, eisen of wensen. Kranenburg illustreert dit probleem met het geschenk van president Richard Nixon aan China: een Texaanse cowboylaars. In de Chinese cultuur is het kado doen van een schoen een ernstige belediging. Mijn bezwaar is dat de Chinezen, die op de hoogte zijn van internationaal bezoek, zich ook wel hebben mogen verwittigen van de cultuur van de Amerikanen en derhalve voorbereid zouden moeten kunnen zijn op iets onhandigs. Beide culturen moeten elkaar in diplomatieke kringen toch tegemoet kunnen komen. Om Amerika nu de schuld te geven en culturele ongevoeligheid te verwijten is andersom evengoed valide. Goed, dat zijn de problemen waar je op moet letten als je kijkt naar cultuur en diversiteit.
Een cultuur structureert de werkelijkheid en verschillende culturen betekenen verschillende structuren. De ene cultuur hecht meer aan sociale relaties, de andere aan prestaties en een derde weer aan maatschappelijke positie. Allemaal moeten deze culturen zich van hun relatieve positie bewust zijn om constructief een intercultureel debat of gesprek te kunnen voeren.
We oefenen onze culturele achtergronden en vooronderstellingen aan de hand van wat lijnachtige afbeeldingen. We moeten opschrijven wat we zien. Wat in de nabeschouwing blijkt is ons selfreference criterium. Bij het begrijpen van de wereld gebruiken we onszelf als uitgangspunt. We zijn onze eigen maat. Dat is een feit, maar we kunnen ons daar ook van bewust worden. De oefening helpt daarbij. Zo blijkt uit onze interpretatie wat lichaamstaal, houding en aankleding doen met onze perceptie. Het bepaalt of iemand een afbeelding leest als een conflictueuze of vriendschappelijke situatie.
Kranenburg geeft ons ruime literatuur mee die het herlezen meer dan waard is. Ik ga dat hier niet allemaal herkauwen, dat is teveel overschrijven. Wat ik hier heb opgeschreven zijn mijn ideeën en inzichten in verhaalvorm. De les zit hem in hoe om te gaan met culturele verschillen. Ik denk dat ik dat wel kan. Ik hecht ook niet zo aan rituelen als handen schudden maar analyseer die liever. Ik probeer met respect met de “tegenpartij” om te gaan en ik wil hem begrijpen. Dat is mijns inziens een constructieve houding ten aanzien van multiculturaliteit.

Geef een reactie