|
Aspect |
Zuidas (hedendaags) |
Amsterdamse School (ca. 1910–1930, De Klerk) |
Plan Zuid (Berlage, ca. 1915) |
Buitenveldert (Van Eesteren, 1950s, strokenbouw) |
|
Architectuur |
Hoogbouw, internationale stijl, veel glas, staal en beton; nadruk op representativiteit en kantoorfunctie. |
Expressief, baksteenplastiek, ornamentiek, ambachtelijke details. |
Gematigd monumentaal, klassieke compositie, gesloten bouwblokken. |
Functioneel-modernistisch, open strokenbouw, weinig ornament. |
|
Ruimtelijke planning |
Gemengd stedelijk centrum: kantoren, wonen, voorzieningen; hoogstedelijk knooppunt rond infrastructuur (Zuidasdok). |
Kleinschalige woonwijken, stratenpatroon met gebogen lijnen; nadruk op sociale samenhang. |
Stedelijke uitbreiding met monumentale assen, gesloten bouwblokken, menging van wonen en voorzieningen. |
Uitwerking van CIAM-principes: veel lucht, licht en groen; losgeplaatste woonblokken in parkachtige setting. |
|
Functie |
Financieel zakencentrum, wonen (luxe segment), horeca, onderwijs en cultuur (VU, musea, Zuidasdok). |
Voorname arbeidershuisvesting, sociale cohesie, aandacht voor gemeenschapszin. |
Middel- tot hogere klasse woningbouw, winkels, scholen, kerken geïntegreerd. |
Woningbouw (middenklasse), met voorzieningen gescheiden in wijkcentra; nadruk op efficiënt wonen. |
|
Duurzaamheid |
Sterke rol voor BREEAM en ESG-criteria: energieprestatie, losmaakbaarheid, circulariteit, ecologie; maar ook kritiek op “afvinklijstjes”. |
Niet expliciet duurzaam, maar wél robuust materiaalgebruik en lange levensduur door vakmanschap. |
Compacte stad, gemengde functies → relatief duurzaam stedelijk patroon; stevige bouwkwaliteit. |
Ruim opgezet, veel groen en daglicht; later kritiek op inefficiënt ruimtegebruik en sociale monotonie. |
|
Ideologische grondslag |
Marktgericht, internationaal concurrerend vestigingsklimaat, maar met toenemende nadruk op circulariteit en leefbaarheid. |
Sociaal-ideaal: arbeiders verheffen door mooie, waardige woningen. |
Stadsuitbreiding als cultuurproject, harmonieus stadsbeeld en maatschappelijke verheffing. |
Functionalisme, rationaliteit, gezondheid (licht, lucht, ruimte), sterk bepaald door CIAM-charter. |
|
Groen |
Op balkons en aan gevels |
In stadsparken op afstand. |
In gesloten bouwblokken. |
Rondom de stroken, open tuinen. |
|
Kunst |
In overwegend publiek toegankelijke bedrijfscollecties. |
Kunst en ambacht hand in hand: de architectuur is een kunstwerk. Zowel in- als exterieur. |
Integraal onderdeel van architectuur in de vorm van sculpturen en reliëfs. ArtZuid tweejaarlijks open toegankelijke beeldhouwtentoonstelling. |
Ontwerpen zijn ‘totaal’ als in een samenkomst van alles, maar geen accent op beeldende kunst. Expressie en esthetiek zou de architectuur niet vooruit helpen. De ruimte moet heilzaam zijn. Zeker oude kunst is een belemmering voor persoonlijke ontwikkeling. |
|
Kortom |
Zuidas staat voor hoogstedelijke, internationale en marktgedreven ontwikkeling met hedendaagse duurzaamheidseisen (BREEAM). |
Amsterdamse School (De Klerk) legde de nadruk op expressieve, sociaal gedreven architectuur. |
Plan Zuid (Berlage) combineerde monumentale stadsplanning met sociale verheffing. |
Buitenveldert van Van Eesteren vertegenwoordigde het functionalisme/CIAM (meten, rekenen, ordenen): efficiënt, rationeel, licht en groen, maar minder sociaal-artistiek geladen. |