Aspect

Michel de Klerk (Amsterdamse School, ca. 1910–1920)

Zuidas (hedendaagse hoogbouw, 2000–nu)

Techniek

Echte ambachtelijke baksteenarchitectuur: handvormstenen, rijk gemetseld in verbanden, lagen, reliëfs. Metselwerk is dragend (deel van de constructie).

Metselwerk is vrijwel altijd gevelbekleding: een dunne laag baksteenstrips of prefab-elementen, bevestigd aan een betonnen/staal skelet. Het is decoratie, geen constructie.

Detailering

Extreem rijk: verspringingen, uitstekende lagen, rondingen, expressieve schoorstenen, gevelornamenten geïntegreerd in metselwerk.

Overwegend strak en repetitief: patroonmatig, vaak horizontaal/verticaal raster. Relief of nuance ontstaat door kleurverschillen of industriële “sorteringen” (bv. Hagemeister).

Materiaal

Ambachtelijke baksteen (handvorm, ruwe textuur, handsag-reliëf). Variatie in kleur en tactiliteit door bakproces.

Industrieel geproduceerde baksteenstrips of gevelpanelen. Strakker, uniformer, vaak in genuanceerde sorteringen voor een “levendig” effect.

Esthetiek

Sculpturaal: metselwerk is bijna beeldhouwwerk. De gevel leeft, speelt met licht en schaduw.

Gestileerd: metselwerk is huid om een kantoorgebouw, eerder een imago-element (warmte, referentie aan Amsterdamse traditie) dan een dragend expressiemiddel.

Ideologie

Sociale verheffing: arbeiders verdienen schoonheid en ambacht in hun woningen. Metselwerk als expressie van gemeenschapszin en kunst.

Imago en marktwaarde: baksteen roept “Amsterdamse identiteit”, duurzaamheid, en kwaliteit op. Maar het is vooral façade-retoriek in een internationale kantooromgeving.

Duurzaamheid

Duurzaam door degelijkheid en lange levensduur; weinig materiaalverlies; hergebruik is lastig door integrale constructie.

Duurzaam via certificeringen (BREEAM): losmaakbare gevels, circulaire componenten, energieprestatie. Duurzaamheid is meer systeemgestuurd dan materiaalambacht.

Lokaal

De Klerk liet zij stenen op locatie in Nederland bakken. Gele IJsselsteentjes en rode Groninger baksteen voor expressie van Nederlandse cultuur en geschiedenis en als stimulans voor de baksteenindustrie (die in WO1 in een dipje zat) en het metselaarsambacht. Daarbij is door de ambachtelijke baktechnieken veel nuance in de kleuren van de stenen, wat bij restauratie problemen opleverde. (De restauratiestenen kwamen van Gillrath in Erkelezn, die een traditionele ringoven hebben. Maar ze verkopen ook strips.)

Stenen worden bij leveranciers besteld op ‘identiteit’. Marktleider Hagemeister levert baksteenstrips in verschillende formaten, kleuren en met verschillende voegkleuren, in verschillende patronen. Het bakken van deze stenen is een precies en industrieel proces, waarbij kleurechtheid en kleurvastheid belangrijke criteria zijn. De steenstrips in zogenaamd bakstenen gebouwen zijn esthetisch. Dragende gevels worden niet direct in het zicht geplaatst.




Kortom

Bij Michel de Klerk is het metselwerk de ziel van het gebouw: constructief, expressief, ambachtelijk, sociaal-ideologisch geladen. De constructie is het resultaat van sociale overwegingen en is de kern van het gebouw

Bij de Zuidas is het metselwerk een schil: technisch los van de draagconstructie, ingezet als esthetische verwijzing naar traditie en kwaliteit, maar primair bedoeld om een moderne hoogbouw een menselijke maat en herkenbare “Amsterdamse” identiteit te geven. De buitenkant wordt ook wel ‘esthetische schil’ genoemd en heeft niets van doen met de constructie.

Links


Hagemeister op de Zuidas : https://architectenweb.nl/projecten/project.aspx?id=35350