Creativiteit, rebellie (en ondernemerschap)

Een bommetje onder het werkgeverschap van de Universiteit Utrecht, naar aanleiding van tijdelijke contracten, werklast en strategische personeelsplanning.

Vooraf

In de opmaat naar deze revolutionaire bijeenkomst, waar subversieve gedachten rijpen, blijkt eens te meer dat de gecreëerde omstandigheden rond elke potentiële revolte effectief de kop in drukken via de repressieve agenda van het instituut.

Wed 03/11/2021 14:55

To: LAS Journal Club; Woerden, R. van (Roosmarijn); Overwijk, J.L. (Jan); Leeuw, N.G. de (Bjorn)

Ha Roosmarijn, Jan, Bjorn,

Het lukt me helaas toch niet om morgen bij de Journal Club te zijn, ivm de hoeveelheid nakijkwerk die ik vandaag en morgen nog heb. Sorry!

Veel plezier alvast.

Groet, 

Siebren

Wed 03/11/2021 18:13

To: Teule, S.G.J. (Siebren); LAS Journal Club; Woerden, R. van (Roosmarijn); Overwijk, J.L. (Jan)

Hallo Siebren et al,

Dat is treurig, maar direct ook een QED van het (indirecte) probleem: mogelijkheden en pogingen tot kritische reflectie op de eigen praktijk worden onmogelijk gemaakt door de werkdruk waar we het juist zo dringend over móeten hebben.

Voor mijn praatje geldt dientengevolge hetzelfde als voor de medewerkersmonitor: de mensen die het het meest betreft worden niet bereikt of gehoord.

(Ik heb zelf al mijn nakijkwerk opgeschort tot na donderdag. Er is nog tijd.)

grt,

Bjorn

Een j’accuse in SEXI argumentatie.

State — Hoofdzaken

  1. Creativiteit — voor wie is het bedoeld en met welk doel? (studenten, docenten, bestuur)
  2. Transparantie — wat zeggen we tegen wie en wat zeggen we liever niet? Wat zijn de gevolgen?
  3. Autonomie — wie kan of moet eigenaar worden van zijn/haar eigen loopbaan? Wat moet daarvoor gebeuren?
  4. Diversiteit — Is dat uitgezet op een ruimtelijke of temporele as? Voor wie is het goed?
  5. Mondigheid (glasnost) — Zie ook transparantie, meer specifiek: mogen we ons uitspreken? Waar leidt dat toe?
  6. Continuüm zekerheid <—> creativiteit. (Casus Niels van Miltenburg, “Bedankt voor het contract, nu kan ik een huis kopen en een gezin stichten en doe ik er niks meer bij voor LAS.”)
  7. Ideëel of commercieel — Wat is de universiteit voor organisatie? Waar komt het geld vandaan?
  8. Ideeënarmoede, (geen) intervisie, doe-het-zelven en ondernemen — Kunnen docenten hun eigen weg gaan? Levert dit nieuwe en noodzakelijke diversiteit op of wanorde en ruis? Hoe ondernemend kan of moet een docent zijn? 

Robbert Dijkgraaf heeft volkomen gelijk met zijn pleidooi voor creativiteit, maar hij vergeet dat hij op een zeer fortuinlijke plaats zit en dat die zeer ontoegankelijk is. Als we dit alles omarmen (willen) moeten we ook de daad bij het woord voegen en zelf creatief zijn. Maar dat lijkt vooral voorbehouden aan mensen zonder zekerheid, en die spreken zich amper uit vanwege het risico dat eraan kleeft. Mijn pogingen het midden te vinden tussen mijn ambitie en mijn grote bek leidden vooralsnog slechts tot het aaneenrijgen van tijdelijkheden. 0.7 Union: “Wij willen meer actie en meer activisme! Minder consensus. Minder angst voor het falen als academicus, of voor wantrouwende ogen binnen een organisatie omdat wij breken met de status quo van een over-hiërarchische organisatie.”

Context

Leuk voor het kader, vandaag en gisteren in de geschiedenis:

  • 4 november 1921: The remains of an unknown soldier were buried with an eternal flame at the Altare della Patria in Rome.
  • 3 november 1793: French playwright, journalist and outspoken feminist Olympe de Gouges was guillotined for her revolutionary ideas.

We lezen een interview met Erik Kessels (“25 jaar KesselsKramer: nog steeds op zoek naar kippenvel opleverende reclame” van Edo Dijksterhuis, gepubliceerd 26 maart 2021) over zijn geschiedenis bij en met het bureau KesselsKramer.

Creativiteit is een heet hangijzer in onze kringen. Hoe stimuleren we die creativiteit? Hoe voorkomen we dat studenten in herhaling vallen, gaan herkauwen, geen originele gedachten vormen? Maar die creativiteit is niet alleen voorbehouden aan de student. Om dat breder door te kunnen voeren in onze academische kringen moeten we ook de daad bij het woord voegen. Ik constateer dat er een groot verschil zit in de mate waarin creativiteit, top to bottom, steeds noodzakelijker wordt. Een manier om tot creativiteit te komen is door te ontsporen. Een aloud credo in onderwijs luidt dat je met vallen en opstaan tot inzicht komt. Dat je een paar keer moet mislukken voor iets gelukt, en dat als er niets mislukt is, dat je dan niet hard genoeg hebt gewerkt (Erik Gerritsen). Hoe formuleren bestuur, docenten en studenten deze creativiteit en hoe zetten ze het in? De constatering moet zijn dat de iteraties of cycli steeds korter worden en dat hoe korter die cyclus is, hoe meer creativiteit noodzakelijk is om te slagen.

Wij, docenten, bevinden ons tussen een extreem star en een extreem volatiel orgaan in: tussen bestuur en student. Hier hebben we nog een andere taak: eerlijke en transparante voorlichting. Niet alleen dient de docent goed op de hoogte te zijn van de mogelijkheden en vooral ook de onmogelijkheden, die docent doent ook transparant te zijn naar de studenten. Wat is de praktische werkelijkheid van een alumnus LAS? Wat is de succesgraad ná het behalen van het diploma? Elke werkgroep kent een typische ‘etnografie’: er zijn 

  • de zwijgende gehoorzame studenten; 
  • de praatgrage wijsneuzen die evenwel moeilijk tot output komen; (1 + 2 zijn de middenklasse)
  • de degradatieklasse; en uiteindelijk ook 
  • de slimmeriken zonder kapsones.

Latente creativiteit schuilt in de praatgrage wijsneuzen, dat behoeft nog wat cultivering. Klasse 1 is niet uitgesproken creatief maar kan volgen. Klasse 2 is creatief maar kanaliseert dat niet effectief. Klasse 3 is niet creatief en ook niet ijverig en klasse 4 is creatief en weet hier raad mee. 

Als we eerlijk zouden voorlichten zouden klassen 2 en 3 zichzelf vermoedelijk uitfilteren. Klasse 1 moet overwegen of ze het waard vinden en klasse 4 heeft vanzelfsprekend recht op deelname. 

Willen we nu creativiteit stimuleren, dan heeft een volgende, zwijgende klasse daar waarschijnlijk het minst baat bij, omdat volgzaamheid tegenover creativiteit staat en zwijgen daar geen verandering in zal brengen. Bovendien is het stimuleren van creativiteit in zichzelf al een hele kwestie, hoe doe je dat? Maar belangrijker is nog dat je gehoor er ontvankelijk voor is. Hier spelen de motieven van de studenten een belangrijke rol, maar die gaan we niet blootleggen met de huidige matchingsprocedure.

Hoeveel studenten houden we over als we creatieve kandidaten willen aantrekken? Kan daarmee een felxibele schil van docenten worden afgestoten en ontstaat daarmee niet weer onderwijs met aanzien? De RvB maakt van toegankelijkheid van het hoger onderwijs een ding, maar hoe groter die toegankelijkheid, hoe minder hoog dat onderwijs wordt.

Als we de student meer de leiding geven over zijn/haar eigen carrièrepad veronderstelt dat een meer proactieve en ondernemende houding. Daarmee wordt de student creatief uitgedaagd. Daarbij kan begeleiding zijn, in de vorm van coaching, voorlichting en het tutoraat, maar niet voor een studentenpopulatie van 25 per docent. (Een onderzoek naar de gewenste omvang van een groep is hier gewenst. Hoeveel dingen kan een docent tegelijk in de lucht houden?)

Bij het uitdagen van die student is er ook ruimte voor de docent om daar creatief vorm aan te geven. Hiertoe is het tevens noodzakelijk om ruimte en tijd te gunnen aan de vorming van de docent zelf. Als een betrekking de 3 jaar niet ontstijgt is er onvoldoende ruimte om aan een repertoire te werken (en is er ook terughoudendheid in assertiviteit vanwege het risico te falen). Opvallend is hier dat er aan professionalisering veel tijd wordt besteed terwijl het in de praktijk brengen van het geleerde niet veel langer is dan die voorbereiding: docenten ontvluchten het VO vanwege werkdruk, docenten worden uit het WO gehouden vanwege de ondernemersrisico’s van het instituut, elk wissewasje lijkt weer een nieuw professionaliseringstraject te veronderstellen. De ratio opleiding / arbeid is bijzonder gelijk. Het rendement van leren is anders gezegd erg klein. En welk signaal geeft dat aan de student?

Explain — Autofocus

Naar aanleiding van “25 jaar KesselsKramer: nog steeds op zoek naar kippenvel opleverende reclame”: hoe je eigen succes te verzekeren in een vijandige — of op zijn best een “repressief tolerante” — omgeving (hostile architecture)?

Analyse en interpretatie in LAS-termen, kopsgewijs:

Extreme veelvormigheid.

Dit is diversiteit, voor ons in de vorm van een voortdurend wisselend personeelsbestand. Ik begreep ooit dat er een harde kern van LAS-docenten zou moeten komen, en die is er voor een deel in de vorm van vaste contracten (dat is alleszins de wens die de UU uitspreekt, maar dat lijkt niet tot actie te leiden).

  • Hoe is de verhouding vast / draaideur? Welk deel blijft zichzelf verversen? 
  • Wat leveren die verversingen op en wat zijn de risico’s bij het vaste team? 
  • Heeft het kernteam genoeg tijd en/of ruimte om zich met de kern van het onderwijs bezig te houden? Ik denk aan de redactiefoutjes in de syllabus, is dat een gebrek aan tijd? (Hoe werken onderwijs en onderzoek hier op elkaar in?)
  • Vindt er overleg plaats met hogere managementlagen over de kwaliteit van het onderwijs? of worden we gedoogd met een beperkt budget?
  • Die diversiteit kan een vruchtbare kruisbestuiving opleveren, maar kan ook om meerdere redenen een risico zijn. Hier trek ik de parallel met het docententeam: zijn dit mensen die zich uit kunnen of willen spreken over het onderwijs dat ze geven? Of kleven daar teveel risico’s aan? Zijn ze bekwaam en/of bevoegd om zich uit te spreken? “Carrière wordt gemaakt door het opbouwen van een goed netwerk en dit maakt het risicovol om een kritische houding aan te nemen.”
  • En zou iemand dat willen, is daar dan tijd en gelegenheid toe? (In mijn ervaring niet, maar dat geeft mij de vrijheid buiten de lijntjes te kleuren.)
  • Als die tijd er niet is, is dat vanwege het gebrek aan tijd bij de docenten of het gebrek aan interesse of toewijding bij het management/coördinatie?
Klik hier voor het Manifesto van 0.7.

Marketing

“[M]arketeers zijn volledig gericht op verkooptargets en de korte termijn. Ze vergeten een merk te bouwen, en ieder jaar gaan ze in zee met een ander bureau voor weer iets nieuws. Zo raakt je huis natuurlijk nooit af.”

Ik verwijt het het bestuur dat er niet aan een stevig huis voor LAS wordt gewerkt. Ik bedoel dan natuurlijk ook een modulair huis in de zin dat LAS voortdurend (iteratief) moet kunnen bijstellen en herijken op de actualiteit en de ontwikkelingen en verworvenheden binnen het LAS-curriculum. (Van wie is de wens om elk jaar de teksten te veranderen? Dat ondergraaft de professionalisering van een kernteam.) Ik verwijt het Finance dat ze op korte termijnen denken, bijvoorbeeld waar het gaat om budgettering. (Zie verder)

Twee creatieven, zonder financieel persoon.

Die financiële persoon is een blokkade, dat hadden KesselsKramer ook door. Zie hoe UU-finances een rem gooit op stabiliteit, groei, initiatief en experiment.

De jaarcijfers 2020 spreken over 540 (miljoen) rijksbijdrage, 928 mn baten, 460 mn eigen vermogen waarvan 230 mn liquide en toch is er een werkkapitaal van -49 mn. Dat staat zorgelijk en suggereert uitgaande cashflow (investeren), maar het toont eigenlijk het verborgen bedrag aan bestemmingsreserves (oppotten) én de aandrang van Finance om zich in de marge te positioneren, alsof er heel veel geld verplaatst wordt.

“Niet het hele bedrag dat de universiteit krijgt voor het onderwijs wordt aan de faculteiten gegeven. De bestuurders houden een flink deel – vaak zo’n veertig procent – zelf. Dat wordt gebruikt om de universitaire overhead – de salarissen van de universiteitsbestuurders en de diversity officers en centrale faciliteiten als de universiteitsbibliotheek – van te betalen.”

En wat direct naar de faculteiten gaat is vooraf bepaald, waarbij geen potje is voor experiment en vernieuwing, óf je moet er een gerichte aanvraag voor doen en hopen dat het door de ballotage komt. 

Wat ontbreekt is een cijfer voor die reserveringen. Die zullen procentueel erg hoog zijn (Syp Wynia vermoedt 40%), omdat er ondanks veel kapitaal en vermogen toch negatieve cijfers worden genoteerd. De financiële personen van de UU reserveren veel (gangbaar in de commerciële wereld een halve jaarbegroting, dus van 450 mn beschikbaar houden op de bank). Dat is voor een semiprivate onderneming die elk jaar 540 mn staatssubsidie ontvangt overdreven. Reserveringen van die omvang zijn gebruikelijk voor risicovolle en commerciële ondernemingen die geen rijksbijdrage ontvangen (denk Zuid-As), maar niet voor een structureel prima opererend onderwijsinstituut dat door ambtenaren wordt bevolkt. Het negatief werkkapitaal is het resultaat van een hypothetische som van middelen, waarbij een halve jaarbegroting aan geld wordt vastgezet. Zo blokkeert Finances vernieuwing en experimenten die ten goede kunnen komen aan het onderwijs. De termijnvisie is kort. Het geldtekort eerder een prioriteit, aldus 0.7 Union. 

De UU gedraagt zich dus als een commerciële partij, een bedrijf. Dit onderschrijft 0.7 Union ook, er heerst een  “neoliberale bureaucratie en marktdenken binnen de organisaties zelf.” De UU wil zijn geld voortdurend kunnen dekken met reserves uit angst dat de rijksbijdrage ineens stopt (die kans is evenwel klein) en er geen contracten meer uitbetaald kunnen worden. Ook een plotselinge terugloop van studenten lijkt een risico, maar gezien de mate waarop de UU inzet op toegankelijkheid lijkt voorlopig geen serieuze optie. Het gedrag is volatiel terwijl de case solid is. 

De Raad van Bestuur reageert op dezelfde frustraties rondom baanzekerheid geuit door o.7 Union (zie Dub 4 november) met het verweer dat studentenaantallen niet te reguleren zijn en dat er dus niet een gestage werklast zal zijn. In plaats daarvan is die last nu steeds te hoog, getuige de onervaren maar flexibele schil die aan en af gaat. Dezelfde agressieve strategie hanteerde Hugo de Jonge in de coronacrisis (wat betreft juridische, ethische en technische doortastendheid en verkennen van mogelijkheden). Topambtenaar Erik Gerritsen geeft op Radio 1 op 29 oktober 2021 ook al aan dat het wel haalbaar moet zijn voor de ambtenaren (die zeer waarschijnlijk vast in dienst zijn). Bij de UU wordt er gerekend op verse aanwas (omdat de kwaliteit van het feitelijke onderwijs er niet toe doet?) en kan er dus eindeloos uitgebeend worden. De verse aanwas van docenten lijkt hier vanzelfsprekender dan de verse aanwas van studenten. Zeker in crisistijden moet dat buffertje groter zijn.

UU getuigt er hier van een ouderwets en star instituut te zijn, waar zelfs landen in de Nieuwe Wereld als El Salvador investeren in crypto om ziekenhuizen mee te bouwen en Costa Rica haar leger heeft afgeschaft om te investeren in onderwijs, met goed gevolg. UU staat nog lager op die ladder.

Raad van Bestuur in reactie op Union 0.7:

“Maar daarnaast moet en wil de universiteit ook zélf zaken anders aanpakken. We willen zoveel mogelijk mensen aannemen in vaste dienst. Tijdelijke docenten moeten minimaal een contract van 0,7 fte krijgen (inclusief 10 procent fte ontwikkeltijd) en een contract voor vier jaar. Dat ons dit nog niet voldoende lukt, rekenen wij onszelf aan.” (Nog steeds 1 werk in 0.7 werkuur.)

Werken zonder tussenpersonen

Zo werken we bij LAS feitelijk ook: er is geen filter van docent naar student, anders dan de instructies in de syllabus. Een filter kan helpen met kwaliteitscontrole of een uniforme aanpak bevorderen. Nu staat elke docent op zijn eiland en is het vooral ervaring waar de docent op navigeert (ervaring die belemmerd wordt door de draaideurconstructie: hoe gaat ervaring en kennis van generatie op generatie? Met het verdwijnen van Herman is de laatste oorspronkelijke plank van dit schip van Theseus weg (en nog niet vervangen).).

De afwijkingen van het programma die ik doorvoer in mijn eigen onderwijs overleg ik niet eerst met anderen omdat dat vertraagt en ik wellicht op mijn vingers getikt wordt (“een doe-het-zelfmentaliteit” a la KesselsKramer). Dit zijn mijn microexperimenten en de resultaten ervan kunnen bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs (mits die intervisiemomenten worden begroot). Zonder die experimenten, als een docent terughoudend is in eigen initiatief omdat diens positie (nog) niet stevig genoeg is wordt het onderwijs een generiek voorleesoefening. Zoals Tim de Winkel constateert rijst de mondigheid pas na 2 jaar.

Zonder tussenpersonen moet er dus nog wel voldoende intervisie, overleg en terugkoppeling zijn onderling, en daarvoor nemen we allemaal de gelegenheid niet (of het moet dit praatje zijn). Direct aan het vuur en zij aan zij, is dat de beste manier? Hoe “klikken” wij met onze studenten?

De universiteit als reclamebureau

Als de UU zich financieel gedraagt als een reclamebureau, waarom dan ook niet in aanpak? Er zou meer ruimte moeten zijn voor experiment en kleine initiatieven, maar in plaats daarvan bewijst het bestuur vooral te disciplineren. Daaruit komt weinig nieuws, of het moeten de etalageprofessoren zijn die meerjarige onderzoeksprojecten besturen die passen bij de waan van de dag. Voor overige initiatieven zijn er ontelbare microcollectieven waardoor je door de bomen het bos niet meer ziet. Ook dat is een effectieve repressieve techniek. (Daarin lijkt het op het enorm gefragmenteerde politieke landschap waar er alsnog gepolderd moet worden om iets gedaan te krijgen.)

Als wij staan voor wat we onderwijzen, dan moeten we ons materiaal verheffen tot onze werkwijze en de matsutakes de ruimte geven. Maar dat gaat niet, want we zitten onder een financieel plafond van cijfers en buitenproportionele percentages aan reserveringen. Onze speelruimte en slagkracht is dus klein. We zijn niet wendbaar. Wie wel wendbaar zijn, zijn de mensen die aangenomen worden op draaideurprincipes: mensen die snel aan het werk gaan, niet veel kosten, zich in alle mogelijke hoekjes laten wringen en in een noodtempo onderwijsrevoluties uitdokteren om daar vervolgens aan roofbouw op zichzelf te doen. Of je valt als docent door je eigen vloer en je staakt elke vorm van betrokkenheid. 

“Als je de kans krijgt om op een universiteit te gaan werken, voel je je speciaal. Zeker jongeren zijn enthousiaste hemelbestormers, ze werken ontzettend hard en hopen via een baan als tijdelijk docent een promotieplek te verwerven. Na gemiddeld twee jaar hebben mensen pas door dat het niet zo werkt en daarom moet al aan het begin een eerlijk verhaal worden verteld.” — Er is sprake van “een enorme mate van verantwoordelijkheid en zelfstandigheid voor de werknemer, die dit werk doet tegen een bezoldiging die past bij een ‘opleidings’-traject.” Onder het mom van een slecht betaalde stage (als je salaris tegen werkdruk afzet) die niet ver van uitbuiting af staat, want de beloftes zijn loos. 

Inclusiviteit is derhalve een wassen neus, want het aandeel personeel dat zich een duurzame plaats kan verwerven is klein. In plaats daarvan is er de diversiteits- en inclusiviteitscarrousel, waarvan onze ex-collega Louise Autar de laatste token was. 0.7 Union: “Wat voor zin heeft een volgende diversiteitscommissie als de positie van wetenschapper exclusief is gereserveerd voor mensen met het privilege om een carrière te cultiveren op hun eigen middelen en tijd?”

Zo’n eerlijkheid moet je dan ook aan de studenten meegeven: wat gaat LAS je brengen als je zelf niet assertief genoeg bent om je academische carrière van de grond te krijgen? Is een diploma afdoende voor een goeie baan? Ik zie bij teveel studenten een gebrek aan motivatie of inzicht. Zeker en juist ook bij het tutoraat hebben we daar een taak: wees transparant naar de mogelijkheden van de studie.

Eigen voorbeeld: een paper “Regionale talen in de knel” van Roos Pijpers en F. Boekema wat een strategische academische beweging is, een belangrijke les voor de student? Is studeren niet teveel voor de lol?

Dat bracht mij ook zover dat ik die hele medewerkersmonitor heb verdrongen. Waarom zou ik, als ik hier nog maar 3 maanden rondloop? En zo filtert de UU juist de aperte mogelijkheden tot verbetering weg. De creativiteit wordt van ons verlangd door een star financieel beleid. Met die creativiteit krijgen we ons eigen werk gedaan en kan het bestuur weer verder, maar de creativiteit is dus eenzijdig en noodzakelijk voor je eigen gezondheid. “Hier heb je 2 uur werk, je hebt 1 uur, en zorg je wel goed voor jezelf?” 

Het past in de totaal absurde situatie dat ik, met een educatieve master onder de gordel, een extreem verdunde variant van dat traject (BKO) moet aflopen in mijn eigen tijd, want als je niet 0.7 FTE hebt krijg je ook geen ontwikkeltijd. Oftewel: als je wil werken aan jezelf dan moet je dat ook zelf betalen. (En de giller is dat ik met een boekwerk aan ervaringen en bespiegelingen dat BKO heb gekregen, want als ze me zouden doen zakken moeten ze zelf ook uitleggen hoe ik dan wél aan die educatieve master kom, en of de UU misschien haar eigen certificering moet gaan bevragen.)

Serieuze (visuele) armoede

Zo is er armoede bij de UU, een gebrek aan visie. UU vaart op de korte termijn om de vinger aan de pols van de maatschappij te houden (er middenin te staan en met showponys te kunnen demonstreren hoe relevant ze wel niet zijn) maar op geen enkele manier met de toekomst van haar leden bezig te zijn. (Dat brengt geen loyaliteit.) Of ook dat moet weer in modieuze termen en aspiraties in communicatie worden uitgedrukt zonder ook maar ergens de daad bij het woord te voegen. Of zijn daar bij deze voorbeelden van?

Een gebrek aan oorspronkelijk denken maakt dat het instituut niet klaar kan zijn voor over 10 jaar, maar wel voor over uiterlijk 3 jaar, als de langste contracten met de meest creatieve en flexibele docenten weer afloopt en de cyclus opnieuw kan beginnen. Wat wordt er geleerd?

Er wordt gevaren op afdekkingsformules, een bestemmingsreserve voor een poging tot kwaliteit in de vorm van BKO maar ook enquetes, vitaliteitsprogramma’s, soldiering onder docenten en tutoraat: het gaat hier niet om de inhoud, maar om het signaal met inhoud bezig te zijn. (Soldiering: teveel van je tijd in het nakijken van essays steken en daarop aangesproken worden door je collega’s, want je moet als docenten een front vormen. Je bekwamen in feedback lukt pas na enkele iteraties en tot die tijd ben je jezelf (en je collega’s) aan het uitbenen.)

Voortuintjes / achtertuintjes

Ik zie mezelf als een representant van die achtertuin, waar ook de lelijke en mislukte dingen liggen. De succesverhalen herkauwen is niet verdienstelijk voor de ideeënrijkdom van docent of student. “Het is shocking om te zien dat er nog nooit zoveel creatieve mogelijkheden zijn geweest en tegelijkertijd zoveel depressieve creatieven.” De creativiteit ligt niet bij de organisatie, maar bij de leden die de minste zekerheid hebben. (Creativiteit en zekerheid zijn omgekeerd gecorreleerd.)

Creativiteit is dus een noodzakelijke skill voor gevaar. Pedagogisch klopt dat: als alles meezit en je niet gefrustreerd wordt ontwikkel je creatieve mogelijkheden. Bricolage, roeien met de riemen die je hebt. Daarin wordt het precariaat creatief en ondernemend. (En vandaar ook de focus op ondernemerschap bij geesteswetenschappers.) 

De onzekerheid maakt ons dus allemaal ondernemers en dat zal uiteindelijk leiden tot een ondernemersbewustzijn bij dat precariaat en (hopelijk) leiden tot het wegvlieden van werkkracht, zodat de werkgever haar werkwijze moet gaan bevragen. De diensten die ze verlenen voor de universiteit bouwen ze om tot een merk of commerciële dienst. Als dat stevig genoeg doorzet verliest de universiteit haar grip op dat precariaat en zal het moeten werven, zoals dat onder creatieven gebeurt. 

Gezien het gebrek aan langetermijnvisie zal het (financieel) bestuur zich daar niet van bewust zijn, conservatief als ze zijn, geen geesteswetenschappers; of ze zijn het wel maar houden de hand op de knip om de status quo te bewaren. Het wordt tijd dat onze inspanningen worden beloond met “werving” en anders is het hopen dat de te werven creatieven zich bewust worden van hun eigen macht (revolte!). 

De UU misbruikt haar status ten opzichte van het precariaat (“de structuren van de academie zijn evident exploitatief”), ondanks mooie reclame is er geen bewijs voor daadwerkelijke betrokkenheid. De laatste herziening van het CAO voor tijdelijke werknemers geldt ook niet voor ons: hoe gaan wij ons daarin dan een positie verwerven? We worden uitgefilterd. Als we de zekerheid toch niet krijgen gaan we door de knieën voor het volgende jaar (of 3) en dat houdt ons onder de disciplinaire gordel waar de universiteit pretendeert aan de toekomst te bouwen. In plaats daarvan ontnemen ze die van de precaire werkzoekenden die geen ademruimte hebben om kritische keuzes te maken. Dat noem ik misbruik en leidt tot armoede en gebrek aan initiatief en dat maakt het onderwijs niet beter. 

En hoe pakt dit uit voor de werving van studenten, die ook geld opleveren? Moeten we die mensen niet beter voorlichten over de kansen en mogelijkheden? Dat je als student bijvoorbeeld beloond zult worden voor de geijkte paden en zakelijk of beleidstechnisch inzicht? Dat je niet een onderzoeker van naam wordt als je niet onder iemands vleugels genomen wordt? Carrière is niet een zaak van studeren maar van hard werken. In de grote ruis aan studenten die we hebben ontvouwt een kleine minderheid zich (op eigen kosten maar met faciliteiten) als onderscheidend, die gelegenheid zou het personeel ook moeten krijgen, op een langere termijn dan eerst 3 jaar uitbenen en vervolgens uitgespuwd worden.

Wijnmakerdrone

Het is niet die foto die het hem doet, maar het leven eromheen. De ongerichte bewegingen van iedereen die ermee verbonden wordt en alle ellende die eraan vooraf gaat.

Ons onderwijs hamert teveel op die resultaten en veel te weinig op de totstandkoming van een goede docent. Wij zijn uitvoerders. Ons initiatief wordt gereduceerd omdat we goedkeuring wensen en geen risico’s durven te nemen. Creativiteit in onderwijs is vooral het proppen van 2 uur werk in 1 uur werken (meer specifiek, 1 uur werk in 0.7 uur — met een cursusje zelfzorg erbij — terwijl zelfzorg is niet op dergelijke idiote eisen in te gaan), niet het zoeken en vinden van nieuwe benaderingen (al lukte het dit keer ook weer met deze teksten bij de Schrijfacademie, al vraag ik me ook af in hoeverre ik ermee aan de haal ben gegaan. 

Gaan jullie met de teksten aan de haal? Mijn werkcolleges mislukken ook geregeld, maar dat is nodig. Zoals niet het ding zelf het succes is maar de weg erheen. Zo leer ik van alle pogingen, maar zou ik die pogingen niet doen als ik me teveel zorgen maakte om mijn eigen positie en zekerheid. Nu die zekerheid wegvalt lijkt me dat juist te stimuleren tot het ondernemen van risicovolle activiteiten zoals dit praatje, en paradoxaal genoeg ben ik daarmee juist de creativiteit aan het opschroeven, dankzij mijn aanstonds verdwijnen. Maar niet omdat ik veel om het onderwijs geef, juist omdat het me niks meer kan schelen. 

Is dit het indirecte doel van de universiteit? Mijn pleidooi keert zich tegen mijn uitgangspunt, maar hoe dan ook knijpt de UU ons uit op deze manier. Omdat er toch genoeg zijn. Als suicidale lemmingen.

Ontnuchterende gewaarwording: op het tandvlees navigeren houdt de creatieve boog gespannen, maar leidt niet tot langetermijn innovatie (tenzij effectief overgedragen). De verversingstijd (generatiespanne, g) = 3 jaar. Mensen met zekerheid komen niet tot creatieve oplossingen.

Door een woud van clichés om aan braakliggend terrein te komen. Zo voelde mijn betrekking hier. De clichés zijn onder meer de noodzakelijke kwaliteitsverhogende curses of moetjes. Het braakliggend terrein bereik je als alle hoop verloren lijkt. Moeten we onszelf dan uitbenen voor we tot iets goeds komen, en is de UU ons zo aan het helpen???

“Om niet in automatismen te vervallen moet je jezelf af en toe laten ontsporen.”

Komen we voldoende aan ontsporen toe? Mag dat? Waarom niet?

Illustratie — Zomaar een voorbeeld

Ongelijkheid en exclusie in academische kringen.

De casus Henk Volberda (& Han van Dissel). (Uit de wandelgangen: “de UvA is een onprofessionele organisatie.”)

We zien hier hoe de old boys elkaar een plek gunnen als het heet wordt onder de voeten. Han van Dissel is decaan Economie en Bedrijfskunde aan de UvA, Volberda was tot begin 2019 hoogleraar Strategic Management and Business Policy aan de Erasmus Universiteit. Tussen 2017 en 2021 liep er een integriteitsonderzoek (bij LOWI) naar Volberda’s functioneren, omdat hij wetenschappelijke integriteit had geschonden in een onderzoek gefinancierd door Shell. Maar al in 2019 wordt Volberda benoemd aan de UvA als hoogleraar Strategic Management & Innovation, een nieuw gecreëerde leerstoel. Zo’n aanstelling lopende een onderzoek (voor er een uitspraak is) is niet hoe het hoort. Uiteindelijk wordt er geoordeeld dat er geen sprake was van een schending van de wetenschappelijke integriteit, maar wel van verwijtbare onzorgvuldigheid”. Van Dissel was tussen 2002 en 2007 decaan aan de Erasmus Rotterdam School of Management. De hele zaak stinkt, en wie profiteert ervan?

Extra werkzaamheden en goede bedoelingen

Zie hierbij ook het werk dat ik heb verricht voor de voorgenomen minor ondernemerschap voor geesteswetenschappers. Ik heb een contract van 0.5 FTE afgedongen (n.a.v. 0.45 FTE) maar Inge de Koning liet me weten dat ik dan extra klusjes zou krijgen, waaronder dit dus (en een dubbel tutoraat). Dat klusje nam ik graag aan, maar met 105 uur (4,8 DCU) natuurlijk onmogelijk te klaren. Evenwel steek ik er veel tijd in (en dat hoor je niet te doen, natuurlijk). 

Vervolgens wordt het hele project op de helling gezet en uitgekleed en is mijn werk tot nog toe ongebruikt. Ik wordt gepeild door Berteke Waaldijk (die een reputatie heeft werklasten te verhogen, hoor ik in de wandelgangen) of ik dat nog even af kan maken, maar ze vergist zich in mijn aanstelling en in de uren die ervoor beschikbaar zijn. Bovendien is het hele product niet meer het mijne.

De klus wordt overgenomen door Kila van der Starre (die nog op wat versnipperde contracten loopt), met wie ik best wil delen maar dat komt vooralsnog niet van de grond (en ik begrijp het helemaal als zij met iets nieuws aan de gang gaat). 

Bezigheidstherapie.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *