Bjorn de Leeuw / mail, © 2026
Hier de integrale eerste lezing met afbeeldingen, 'presenter notes' en wat linkjes, exclusief persoonlijke uitweidingen van geïmproviseerde en/of interjectionele aard. (Je had erbij moeten zijn...)
Hoofdpagina | Lezing 1: Ambacht en ambachtelijkheid| Lezing 2: Natuur en milieu | Lezing 3: Ruimte en beleving
Gids door het hedendaagse landschap van kunst in thema’s.
Al bij de bouw een gedateerde stijl.
Niets drukt de katholieke geest zo goed uit als de gotiek, vond Cuijpers. In 1904 in brand gevlogen, later gerestaureerd naar plannen van zoon Cuijpers. Wie gaat het nu restaureren? En op welke manier?
Stortte in in 1945 door bombardement, lag als een ruïne in de stad onder communistisch bewind. Zou worden opgeruimd voor parkeerplaats, maar ging niet door. Pas na ’89 kon begonnen worden met wederopbouw. In 2005 weer in gebruik genomen.
Inclusief de benedenkerk en de gereconstrueerde ruïnes bestaat de Frauenkirche voor ongeveer 45% uit historisch steenmateriaal. 8.425 oude bouwstenen werden hergebruikt, waarvan 7.110 in de gevel. Ongeveer 80% van het altaar is gemaakt van origineel materiaal: 1.642 fragmenten zijn teruggeplaatst op hun oorspronkelijke positie.
— https://tocologne.wordpress.com/2008/06/19/dresden-goes-disneyland/
En de volgende stap is een geconstrueerde fictie, als een Disneyland.
Maar dit is dan ook consumptiearchitectuur zoals die in de marktgedreven cultuur van recreatie past.
(re-creatie)
Uitdrukkelijk postmodern: de verschijning is een oppervlak, de binnenkant staat daar totaal los van.
Uitdrukken van 1) een verhouding met de traditie 2) toewijding en vakmanschap 3) een meditatief rustmoment in een roerig heden.
Wat is de toegevoegde waarde van met je handen werken?
Ambacht = aandacht.
- [ ] Waartoe dient het schilderen? Waarom nog schilderen als er andere en snellere methoden zijn? JUIST om het handwerk. Dat brengt je in direct contact met het spul waar de wereld uit bestaat.
- [ ] Aandacht voor wat je aan het doen bent. Niet verdwijnen in vluchtigheid.
- [ ] Kintsuge: met aandacht voor imperfectie; bewust zijn. Niet aan dingen voorbij gaan.
- [ ] Vluchtigheid van moderne beeldgesatureerde wereld. We denken over beelden niet meer echt na. Ons kijken wordt afgestompt
- [ ] Waarom zoveel energie steken in het maken van beelden in een verouderde techniek?
- [ ] Statement over de waarde van het bewuste handwerk. Bezinnen? Betekenis in de handeling? Meditatie?
- [ ] Wereld als decor, coulissen, oppervlakken. We leven in beelden. De wereld is een tweedehands ervaring geworden, de meditatieve handeling van de kunstpraktijk is voor bewustwording van het materiaal en de fysieke wereld.
- [ ] Eerstehands maken, bloed zweet en tranen, van tweedehands of vluchtige taferelen. Waarom al die moeite doen? Wat zegt het werk over onze wereld?
Ambachtelijkheid is het uitdrukken van
een verhouding met de traditie
toewijding en vakmanschap
een meditatief rustmoment in een roerig heden.
Wat is de toegevoegde waarde van met je handen werken?
Ambacht = aandacht.
- [ ] Waartoe dient het schilderen? Waarom nog schilderen als er andere en snellere methoden zijn? JUIST om het handwerk. Dat brengt je in direct contact met het spul waar de wereld uit bestaat.
- [ ] Aandacht voor wat je aan het doen bent. Niet verdwijnen in vluchtigheid.
- [ ] Kintsuge: met aandacht voor imperfectie; bewust zijn. Niet aan dingen voorbij gaan.
- [ ] Vluchtigheid van moderne beeldgesatureerde wereld. We denken over beelden niet meer echt na. Ons kijken wordt afgestompt
- [ ] Waarom zoveel energie steken in het maken van beelden in een verouderde techniek?
- [ ] Statement over de waarde van het bewuste handwerk. Bezinnen? Betekenis in de handeling? Meditatie?
- [ ] Wereld als decor, coulissen, oppervlakken. We leven in beelden. De wereld is een tweedehands ervaring geworden, de meditatieve handeling van de kunstpraktijk is voor bewustwording van het materiaal en de fysieke wereld.
- [ ] Eerstehands maken, bloed zweet en tranen, van tweedehands of vluchtige taferelen. Waarom al die moeite doen? Wat zegt het werk over onze wereld?
Hobby: vogelspotten? Waarom?
AI-Generated Painting by Robbie Barrat for Bloomberg Businessweek, 2018.
Dit artikel maakt deel uit van de uitgave van Businessweek van 21 mei 2018.
Minder dan een jaar nadat hij zijn middelbareschooldiploma had gehaald en Shenandoah Junction, West Virginia, had verlaten voor Silicon Valley, begon Robbie Barrat computers te leren schilderen. Hij voerde een paar duizend voorbeelden van schilderijen in zijn kunstmatige intelligentie-software totdat deze leerde landschappen te creëren zoals die op de cover van deze uitgave. Voor computerbegrippen duurde het lang om deze kunstwerken te maken: iets meer dan twee weken. "AI wordt een van de grootste kunststromingen van deze eeuw", zegt Barrat, een onderzoeker van Stanford die op Twitter bekend staat als @DrBeef_. "Het heeft gewoon een enorm onbenut potentieel."
Dit is de wereld die AI creëert. In deze editie van 'Sooner Than You Think' richten we ons op de dromers, de diehards en de drijvende krachten binnen het vakgebied, van de vroege architecten in Canada (en een vergeten pionier in Zwitserland) tot de nieuwste experimenten van 's werelds grootste bedrijven. We kijken naar de Chinese chips, de Israëlische software en de Britse aerodynamica die de angstaanjagend slimme machines van morgen vormgeven. We verkennen ook de ethische dilemma's binnen het vakgebied, die in die kringen maar al te vaak slechts terloops aan bod komen. En we proberen Google Calendar onze volgende stappen te laten voorspellen op basis van onze eerdere stappen. Dat was een ontnuchterende ervaring.
Ronald Rovers vergeleek in de Filmkrant bewerkt voedsel met bewerkte content. Minimaal bewerkt zijn tekstproducten als literatuur en artikelen, waar je niet verslaafd aan kan raken. Matig bewerkt zijn media als radio en tv. ‘Ultrabewerkte’ content is wat je op sociale media treft. In een ergere vorm is dat AI-werk onder de noemers brainrot en slop.
Brainrot is afgeleid van Henry David Thoreau, Amerikaans natuurliefhebber en geheelonthouder, die het gebruikte om afname in een intellectuele standaard te typeren (naar voorbeeld van de aardappelrot in 1840). In onze wereld vallen daar kortetermijnvermaak en doomscrolling onder.
Thoreau hoort bij het transcendentalisme, dat zich verzette tegen gedachteloze conformiteit en vond dat elk mens de verantwoordelijkheid droeg — of de taak had — een individuele en oorspronkelijke band met het universum aan te gaan.
Slop (woord van het jaar 2025 van Merriam-Webster) is digitaal geproduceerd werk waar geen moeite, kwaliteit of betekenis in zit.
Wat is er tegen fraai, knap gemaakt en kunstig? Hoe mooier hoe beter, hoe beter hoe fijner – toch? (https://www.ifilosofie.nl/isvw-ifilosofie-13-ambachtelijkheid-in-de-kunst/)
Staat ambachtelijk haaks op creativiteit? Heb je allebei nodig? Waar komen ze samen?
“Een kunstenaar prijzen met “kunstig” en “fraai” doe je alleen als je er geen klap aan vindt en toch iets aardigs wilt zeggen. Zoals je op kraamvisite, bij mensen die een oerlelijke baby hebben gekregen, zegt dat de vingertjes zo schattig zijn en “werkelijk alles eraan zit.”
“Het gaat bij anti-ambachtelijkheid om een overwinning van de romantiek op de Verlichting.”
“In de wetenschap rond 1900 heette het Verlichtingskamp “nomothetisch” (zoekend naar algemene wetmatigheden die voor iedereen en altijd gelden; de Wet van behoud van energie bijvoorbeeld geldt voor iedereen, ook voor wie zichzelf uitput in de sportschool) en de romantische wetenschappers “ideografisch” (diepgaand uitzonderlijke gevallen en gebeurtenissen beschrijvend). Het is een begrijpelijke pendelbeweging die je in verschillende perioden ook in de kunst ziet. Als ik gelijk heb, kondigt de herwaardering van Ambachtelijkheid het einde van een romantische periode aan.’”
—> Dan als laatste in het intro en als meest directe pendant van de artist in residence vandaag: Henk Helmantel. Mijn docenten in het kunstonderwijs hadden geen goed woord over voor de beste man, die in de beste traditie werkt die hij kent. Dat heeft hij met Michael Triegel gemeen, alleen doet Triegel er ook nog iets hedendaags mee, vooral in de bedoelingen en het contact met het heden. Wat dat betreft lijkt Helmantel met zijn rug naar het heden te staan, waar Triegel juist de brug wil slaan.
—> Dan als laatste in het intro en als meest directe pendant van de artist in residence vandaag: Henk Helmantel. Mijn docenten in het kunstonderwijs hadden geen goed woord over voor de beste man, die in de beste traditie werkt die hij kent. Dat heeft hij met Michael Triegel gemeen, alleen doet Triegel er ook nog iets hedendaags mee, vooral in de bedoelingen en het contact met het heden. Wat dat betreft lijkt Helmantel met zijn rug naar het heden te staan, waar Triegel juist de brug wil slaan.
Jongerius argues that these processes of industrialisation have narrowed our experiences of colour and its cultural meanings.
Coloured Vases
Coloured Vases (series 3), a series of 100 unique vasesorientated in a circular display, is one of the existing works from the Jongeriuslab archives included in the exhibition.
Manufactured in 2010, the installation was part of the studio’s research into minerals and oxides; a technique no longer used because of its inability to produce stable colouring. The lacquering of the vases with copper oxides results in a green colouring, the combination of cadmium and zirconium creates orange, tin oxides with iron produce beige and the manganese dioxide enriched lacquers develop purple tones.
We see the world in a rich mix of colours, but rarely do we appreciate how complex they can be. Colours are often presented to us as chemically optimised and consistent commodities, categorised according to paint charts and standardised colour systems. Where colours were once produced by mixing pigments into infinite permutations, we now select them according to a name or code on a chart.
Jongerius argues that these processes of industrialisation have narrowed our experiences of colour and its cultural meanings.
Breathing Colour proves how we relate to colour in a more intimate and personal way.
Jongerius argues that these processes of industrialisation have narrowed our experiences of colour and its cultural meanings.
Coloured Vases
Coloured Vases (series 3), a series of 100 unique vasesorientated in a circular display, is one of the existing works from the Jongeriuslab archives included in the exhibition.
Manufactured in 2010, the installation was part of the studio’s research into minerals and oxides; a technique no longer used because of its inability to produce stable colouring. The lacquering of the vases with copper oxides results in a green colouring, the combination of cadmium and zirconium creates orange, tin oxides with iron produce beige and the manganese dioxide enriched lacquers develop purple tones.
We see the world in a rich mix of colours, but rarely do we appreciate how complex they can be. Colours are often presented to us as chemically optimised and consistent commodities, categorised according to paint charts and standardised colour systems. Where colours were once produced by mixing pigments into infinite permutations, we now select them according to a name or code on a chart.
Jongerius argues that these processes of industrialisation have narrowed our experiences of colour and its cultural meanings.
Breathing Colour proves how we relate to colour in a more intimate and personal way.
Vaas in Laren
Boude de Vries
Lizan Freisen
El Anatsui
Freijsen heeft een sterk ontwikkeld oog voor de schoonheid van het alledaagse en het ongewenste.
In haar atelierruimte boven de brandweerkazerne in Rotterdam-Oost ligt een glooiend kleed
met uitgespaarde gaten. Het heeft afgelopen
zomer buiten gelegen, in
het Belmonte Arboretum
in Wageningen. Toen met sprankelende kleuren,
nu zijn daarvan alleen nog afgezwakte tonen
overgebleven, vaal en gevilt. 'Het heeft het
maandenlang goed gedaan, tot er een paar
weken regen overheen ging,' vertelt Lizan Freijsen
(Zwijndrecht 1960). 'Maar onder de oppervlakte
zijn de kleuren er nog. Ik ga het bijscheren en
een tweede leven geven door nieuwe stukken in
de open plekken te plaatsen.’
Hoewel het vervalvan het kleed zonde lijkt, sluit
het naadloos aan bij de thematiek van haar
werk. Ze heeft in de loop der jaren een groeiend archief aan foto's van schimmels, vochtvlekken en mossen verzameld. verzameld Wanneer die in
huis worden aangetroffen markeren ze verval
Terwjl er veel schoonheid in schulgaat, lets
waarvoor Lizan onze ogen opent. Uitvergroot. geisoleerd, ontdaan van kleur of ingekleurd
met verf of krijt transformeren de vormen op
papier,om vervolgens tijdens het tuften op- nieuw van gedaante te veranderen. In het ar- boretum zag Lizan nu een al voltooid werk ver- vagen,terwijl het landschap eromheen steeds
groener werd. 'Een mooie omkering, alsof het kleed weer opgaat in de natuur. Dat bracht me terug bij de idee,bij waar hetvoor mij alle
Mossen, schimmels, MRI-scans, vlekken…
Boude de Vries
Lizan Freisen
El Anatsui
Vaas in Laren
Vaas in Laren
Botanical Fresco is de bekroning van de duurzame renovatie die de monumentale Pleinfoyer van Internationaal Theater Amsterdam sinds 2021 heeft ondergaan.
Claudy Jongstra's 'Botanical Fresco' siert sinds 2024 het plafond van de Pleinfoyer in het Internationaal Theater Amsterdam (ITA). Dit kunstwerk eert de rijke geschiedenis van de ruimte door terug te grijpen op de oorspronkelijke florale muurschilderingen uit 1894 en de in 1939 door Gerard Hordijk vervaardigde fresco's. Het werk verzacht tevens de akoestiek van de imposante foyer.
Het ambachtelijke proces staat centraal in dit project. Jongstra gebruikte wol van haar eigen Drentse heideschapen en kleurde deze met natuurlijke pigmenten, afkomstig van zelf geteelde verfplanten zoals wede (Isatis tinctoria), meekrap (Rubia tinctoria) en uienschillen. Deze pigmenten werden in haar Friese studio op traditionele wijze tot verf verwerkt.
Door deze ambachtelijke technieken te combineren met historisch onderzoek naar de oorspronkelijke kleuren van de foyer, heeft Jongstra een kunstwerk gecreëerd dat een sterke visuele en historische verbinding legt tussen het verleden en het heden van de Pleinfoyer. Haar inzet voor traditionele ambachten en natuurlijke materialen benadrukt het belang van duurzaamheid en cultureel erfgoed in hedendaagse kunst.
Dat vraagt ook Tjebbe Beekman zich af: blijf kritisch naar de uitingen van volksaard, beheersing en een selectieve blik op de geschiedenis.
Naast een uitgroei van het formaat van zijn werken gebruikt hij ook de meest uiteenlopende materialen. Imposante werken die je overdonderen. Wie zijn meterslange schilderij van de mediamarkt heeft gezien, bedenkt zich drie keer voordat men er weer naar binnen gaat. Architectuur en de stedelijke ruimte zijn belangrijke onderwerpen in het werk van Beekman, voornamelijk waar architectuur de ervaring van en visie op de wereld vormt. Uitgangspunt kan bijvoorbeeld modernistische architectuur zijn en het dwingende wereldbeeld dat eronder ligt, namelijk door ruimtelijke inrichting de functionaliteit van de mensen in die ruimte te stimuleren of beïnvloeden. Grote grijze woon- of werkblokken bijvoorbeeld, die als de raders in de maatschappelijke machine zijn, tonen zich verweerd en in onbruik in de beelden die Beekman ervan maakt. Stedelijke cultuur gaat met zulke ruimtes aan de haal zoals Beekman ons toont. Het zijn gefragmenteerde en verbogen vormen waaruit een gevoel van misplaatsing of desoriëntatie spreekt.
Beekman gebruikt kleur en texturen die moeten suggereren dat er iets nieuws kan voortkomen uit het verval, in een vorm van appropriatie. Hieruit vloeit een sociale betrokkenheid voort met macht, controle en verzet, impliciet in het wellicht ironisch gebruik van vormen en beelden die verwijzen naar fascistisch modernisme of historische gebeurtenissen die er verband mee houden. De wereld als disciplinerende machine, een inmiddels verlaten credo, en het verval ervan is evident in de grove bouwblokken van Beekman. Dit toont kritisch engagement met de wereld en hoe die gevormd wordt door powers that be. Maar er blijft een impliciete mogelijkheid tot transformatie en vernieuwing ondanks de verwrongen taferelen op het doek.
De Bais-O-Drome is een caravan gemaakt voor seks. Het is een modulaire constructie met een uitschuifbaar deel om uit te rusten. Er is ook een toilet inbegrepen, een terugkerend thema.
In de video legt Van Lieshout in korte bewoordingen uit wat zijn thema’s zijn.
Ronald Rovers vergeleek in de Filmkrant bewerkt voedsel met bewerkte content. Minimaal bewerkt zijn tekstproducten als literatuur en artikelen, waar je niet verslaafd aan kan raken. Matig bewerkt zijn media als radio en tv. ‘Ultrabewerkte’ content is wat je op sociale media treft. In een ergere vorm is dat AI-werk onder de noemers brainrot en slop.
Brainrot is afgeleid van Henry David Thoreau, Amerikaans natuurliefhebber en geheelonthouder, die het gebruikte om afname in een intellectuele standaard te typeren (naar voorbeeld van de aardappelrot in 1840). In onze wereld vallen daar kortetermijnvermaak en doomscrolling onder.
Thoreau hoort bij het transcendentalisme, dat zich verzette tegen gedachteloze conformiteit en vond dat elk mens de verantwoordelijkheid droeg — of de taak had — een individuele en oorspronkelijke band met het universum aan te gaan.
Slop (woord van het jaar 2025 van Merriam-Webster) is digitaal geproduceerd werk waar geen moeite, kwaliteit of betekenis in zit.
De synthese van mens en machine, of mens als willoos deel van een systeem, is in Slave City het onderzoeksonderwerp. Deze denkbeeldige stad moet 200.000 mensen huisvesten, uitgedacht in excelsheets en modellen van voorzieningen. Statistische analyse leert dat maar een deel van de aangeleverde mensen geschikt zal zijn voor slavenarbeid, maar er is voor ieder een nuttige bestemming. Ook de dagindeling is bepaald.
Het project wordt inzichtelijk gemaakt met modellen, sculpturen, tabellen en tekeningen. Slave City waarschuwt voor wat er wacht als het rationalisme van winstmaximalisatie radicaal en consequent wordt doorgevoerd. De slaven komen te leven in een stad vol callcenters (voor inkomsten), universiteiten (voor onderwijs), bordelen voor mannen en vrouwen (voor ontspanning), slachthuizen (voor eten), krachtcentrales op basis van biogas en boerderijen. Deze infrastructuur reduceert de mens tot een slaaf van het systeem, alleen geschikt voor werk en als producent van uitwerpselen en orgaandonaties. Een karikatuur van de spreadsheetmaatschappij, die steeds zoekt naar een beter model en meer rendement. Een beetje meer menselijkheid kan geen kwaad, zegt Van Lieshout. Zelfvoorzienende klimaatneutrale duurzaamheid, zoals die wordt nagestreefd, kan dit tot gevolg hebben. Dat is niet best. De logica van het systeem is in contrast met de irrationele gevolgen, en dat is een rode draad in het werk van AVL.
Vooraf aan de samensmelting van de verschillende losse werken en ideeën die Slave City vormen zijn er al wat zaken gerealiseerd die uiteindelijk in samenhang gepresenteerd worden.
Op deze vruchtbare grond kun je je eigen dingen maken. Van Lieshout negeert de regels en volgt zijn intuïtie, dat is ook zijn advies aan iedereen die hem vraagt hoe je de dingen voor elkaar krijgt. Daarbij vermeldt hij ook wel altijd dat hij enorm getalenteerd en goed is, maar wie weet zijn wij dat ook.
Ronald Rovers vergeleek in de Filmkrant bewerkt voedsel met bewerkte content. Minimaal bewerkt zijn tekstproducten als literatuur en artikelen, waar je niet verslaafd aan kan raken. Matig bewerkt zijn media als radio en tv. ‘Ultrabewerkte’ content is wat je op sociale media treft. In een ergere vorm is dat AI-werk onder de noemers brainrot en slop.
Brainrot is afgeleid van Henry David Thoreau, Amerikaans natuurliefhebber en geheelonthouder, die het gebruikte om afname in een intellectuele standaard te typeren (naar voorbeeld van de aardappelrot in 1840). In onze wereld vallen daar kortetermijnvermaak en doomscrolling onder.
Thoreau hoort bij het transcendentalisme, dat zich verzette tegen gedachteloze conformiteit en vond dat elk mens de verantwoordelijkheid droeg — of de taak had — een individuele en oorspronkelijke band met het universum aan te gaan.
Slop (woord van het jaar 2025 van Merriam-Webster) is digitaal geproduceerd werk waar geen moeite, kwaliteit of betekenis in zit.
De trechter zegt iets over dwang, forcefeeden. Mensen die naar hun werk of hun schoonmoeder geaan gaan gebukt onder dezelfde dwang. Het is dus niet per se een verwijzing naar Brabants carnaval en bier drinken. Maar tezelfdertijd verwijst de trechter naar de symboliek van de hoorn des overvloeds en de schijnbare verplichtingen die die dan weer oplevert.
We kunnen er lang en kort over praten, maar Van Lieshout zegt dat kunst overbodig zou zijn als iedereen het zou begrijpen.61
https://www.youtube.com/watch?v=2R2KXDV9eCo&t=21s&ab_channel=AtelierVanLieshout
Wat verandert er aan het werk nu we het op schaal zien?
◘ 2013 couple under umbrella, drie keer
Drie keer een afbeelding van een recent werk van Ron Mueck. De eerste afbeelding nog zonder bijschrift. De cursisten die nog tussen foto’s en schilderijen aan het schipperen zijn, zullen naar verwachting het getoonde beeld ook in die lijn lezen. Des te groter zal de verrassing zijn wanneer wordt aangegeven dat het een detail is van een beeldhouwwerk. Ron Mueck bedient zich van een heel specifiek realisme. Hij is voor ons ook interessant omwille van de grens tussen ambachtelijk en artistiek. Hij is zijn loopbaan namelijk begonnen in een heel ander circuit: special effects bij de film o.a. sesamstraat. Toen hij eenmaal uit Australië in Engeland kwam wonen en een beeld voor zijn schoonmoeder (Paula Rego) had gemaakt, toen werd dit beeld in 1995 bij het betreffende schilderij tentoongesteld en was ook direct een grote hit. Saatchi dook erop en even later kwam Ron Mueck met een beeld van zijn overleden vader, haartje voor haartje exact en toch anders: de schaal was aangepast net als bij deze twee figuren. Daarin zit de crux van zijn realisme; het is echt en toch ook heel erg niet-echt. Wat ambachtelijkheid betreft toont de derde afbeelding – naast een indicatie hoe groot dit beeld is – ook hoe Mueck als ambachtsman aan het werk is. Hij is een perfectionist en ieder beeld kent een lange ontstaansgeschiedenis, waarbij van onderdeel tot onderdeel wordt bepaald welk materiaal het beste van toepassing is.
Carolein Smit. Haar raadselachtige beelden van honden, ratten, hazen, skeletten, katten en baby's zijn minutieus gedetailleerd en laten de verrassende mogelijkheden van klei zien.
De vaak onvolmaakte wezens hebben menselijke trekken en ogen zowel lieflijk als meedogenloos. Door de overdaad aan decoraties en de kleurrijke glazuren balanceert haar werk welbewust op de rand van de kitsch.
Smits sculpturen zijn, met hun gedurfde barok in samenhang met een perfect uitgevoerde ambachtelijkheid, een aanwinst binnen de hedendaagse Nederlandse beeldhouwkunst.
VERTEDERING OF AFKEER
Een prikkelhaasje met een geveinsde arrogantie of een rode spaghetti baby die je met ontvelde grimas toelacht: het werk van Carolein Smit balanceert voortdurend tussen aantrekken en afstoten. Figuren veelal opgebouwd uit op spaghetti lijkende slierten, volledig bedekt met puntige stekels of geperforeerd, bevolken haar fantasierijke oeuvre. Sommige beelden zijn suikerzoet en roepen in eerste instantie vertedering op.
De bewerking van de huid van het beeld, zoals het doorboren met honderden gaatjes, geeft haar sculpturen een ongekende transparantie en levendigheid. Andere figuren zoals de prikkelbeelden zijn er niet om geaaid te worden, wel om bewonderd te worden.
Smit haalt haar inspiratie uit sprookjes, oude volksvertellingen en uit het geloof. Thema's als hebzucht en macht, onmacht en schuld, dood en verval zijn veelvuldig in haar werk aanwezig.
In het midden van een grote pilaar midden in de tentoonstellingsruimte zit een hemelsblauw kastje met een rode knop. ‘World Peace’ staat eronder, in kriebelige letters. Het is een soort omgekeerde ‘red button’; wie wereldvrede wil, hoeft alleen maar op de knop te drukken.
De Amsterdamse kunstenaar Koos Buster had het vrolijk stemmende keramieken werkje eind vorig jaar willen presenteren op Art Antwerpen, maar zijn galeristen vonden het geschikter voor de openingstentoonstelling van de nieuwe vestiging van Gallery Vriend van Bavink in het enorme hoofdkantoor van Booking.com op het Oosterdokseiland. Het thema van die tentoonstelling is empathie.
Die nieuwe, enorme ruimte is direct ‘verbusterd’: op verschillende plekken – tussen de werken van onder anderen Aldo van den Broek, Kenneth Aidoo, Sam Andrea en Koen Vermeule – hangen kleine keramieken ingrepen. Het zijn objecten waar je normaal gesproken aan voorbij loopt, maar door ze van keramiek te maken, geeft Buster ze een soort podium om te shinen.
Bij het raam hangt een bewakingscamera, achterin de ruimte staat een knalrode brandkast, onder de (echte) thermostaat zit een ‘wobbelig’ stopcontact van Koos Buster. Op een muur zit een brandmelder, en op die pontificale pilaar zit dus die wereldvredeknop.
Advertentie
Hij is kleiner dan een sigarettenpakje, is gemaakt in een oplage van 50 stuks en kost 333 euro. Omdat ze met de hand zijn gemaakt, zijn ze allemaal net even anders. Eerst kleit Buster het kastje, dan worden de knop en de schroefjes (aangedrukte balletjes van klei) toegevoegd. De werkjes gaan drie keer in de oven, tussendoor wordt het geheel beschilderd en geglazuurd.
Naast de World Peace-knop zijn er ook nog tien ‘sierborden van alles wat ik niet leuk vind‘ in de groepstentoonstelling opgenomen. Buster studeerde ermee aan de Gerrit Rietveld Academie en maakte er sindsdien honderden – een cruiseschip, 9/11, een glas melk, witlof, de sneldienst naar Terschelling en klungelige maar onmiskenbare portretten van Cristiano Ronaldo, Lil’ Kleine, Johan Derksen, Gerdi Verbeet en Geert Wilders.
Op de nieuwe borden staan onder meer de Macabbi-supporters in Amsterdam, een ijsbeer op een smeltend ijsschotsje, een bewapende drone die mensen lokt met het geluid van een huilende baby en Elon Musk die de Hitlergroet maakt. Die past volgens Buster ook in het thema ‘empathie’: hij voelt een enorme antipathie, maar heeft daardoor des te meer empathie voor de mensheid die te lijden heeft onder Musks gedachtegoed.
Koos Buster
Dromen en ideeën geprojecteerd op schermen in ons hoofd.
Kijk er eens goed naar. Aandacht voor het raadselachtige beeld. Ik kan mijn blik op het werk geven, maar er actief mee bezig zijn is meer dan de helft van de betekenis.
Een idee van onvoltooidheid
Deze verzameling elementen in een context genereren betekenis. Manders is een postmodern kunstenaar in de zin dat hij een algemene waarheid of betekenis afwijst, maar individuele betekenis en het proces van betekenisgeving als uitgangspunt gebruikt. Het beweegt rond het metamoderne begrip ‘depthiness’.
'Depthiness' is de oprechte, maar zelfbewuste poging om diepte en betekenis toe te passen op een wereld die de postmodernistische kritiek op die vaste waarheden niet kan negeren, maar ze tegelijkertijd ook niet langer accepteert als volledig afwezig.
Een ode aan het klassieke schilderen.
Ambachtelijkheid. Sporen van het schilderproces.
Ode aan Goya & Bacon?
Goede gewoonte om je te laten inspireren.
Triegel, 2010, portret paus Bedenictus XVI, 100.5 x 76 cm
Ook in dit werk veel (raadselachtige) symboliek:
de armleuning deed Triegel denken aan een sleutel (muzikaal of van een slot) en dat staat voor de overdracht van de sleutel van Petrus.
Op de stoel in motief een granaatappel, die de kerk symboliseert, de schil die kleine onderdelen bijeen houdt en die delen lijken ook op bloeddruppels ofwel het offer van Christus.
En de tekst die Benedictus leest is ons onbekend, wat Triegel presenteert als het vertrouwen dat we in de paus moeten hebben en diens boodschap, die we niet zelf kunnen lezen.
Triegel benadrukt dat de receptie van dit portret per persoon kan en mag verschillen. Hij benadrukt dat hijzelf niet per se overeenstemt met de ideeën van Ratzinger/de paus maar dat dat juist de manier is waarop je je tot die ander moet kunnen verhouden. Dus als de één een kerkvader ziet dan ziet de ander een kritisch katholiek of weer iemand anders een terughoudende hervormer of misschien wel helemaal geen hervormer.
Daarmee is het niet alleen een portret van de paus maar ook vooral van de Rooms Katholieke kerk: de bedoeling is om die kerk een menselijk. gezicht te geven. Een verlegen paus. Iemand die ook weleens twijfelt. Triegel gaf aan dat dat hem ook geholpen heeft op weg naar zijn eigen bekering en doop. Hij zit nog altijd vol twijfels.
Benedictus, die december 2022 overleed, vond zichzelf progressief daarin en daar was dit portret ook voor bedoeld.
“Benedictus XVI was geen man van de confrontatie en harde maatregelen, maar eerder een timide mens, die met zijn zachte stem zijn tegenstrevers probeerde te overtuigen met diepzinnige theologische argumenten”, schreef hij. Geen “Panzer-kardinal”. — Wim Eyck.
Deze paus was geen vastgeroeste conservatief, geen botte reactionair. Hij erkende dat hervorming nodig was. Benedictus was de paus die zonnepanelen liet leggen op de Vaticaanse daken. Hij schreef in zijn encyclieken over het belang van onderlinge solidariteit en over ecologie. Zijn encycliek Caritas in Veritate leest als het beginselprogramma van de ChristenUnie.
“Hij liet zien wat er al was: een traditie van vele eeuwen. Heeft hij grenzen verlegd, sloeg hij nieuwe wegen in, is er een originele gedachte die zijn nalatenschap kleurt? Ik vermoed van niet – sterker, ik vraag me af of hij dat wilde. Zijn bijnaam was niet voor niets Duitse herder. In een tijd van secularisatie wilde hij de diepgang en rijkdom van het katholieke geloof tonen.” — https://volzin.nu/meer-dan-de-duitse-herder-of-de-panzer-kardinal-was-benedictus-xvi-de-verlegen-paus/
De goden in metamorfose. De sleutelfiguren in het zingevingsverhaal nemen steeds andere vormen aan, maar het skelet blijft overeind.
Aan de predella / plint een afbeelding van Mitras, die vooraf ging aan Christus. Offeren, bloed, de nacht en de dag, de blik naar de hemel.
Op de vloer ligt Augustinus, die is herkenbaar aan het vlammende hart, waarmee hij zijn persoonlijke komst tot god uitdrukt. (Na een leven van losbandigheid: “Geef me kuisheid en matigheid, maar nu nog niet”)
Offerdieren, engeltjes, plaatsvervangers in de vorm van de ledenpop. Die geeft de houding of de structuur aan, het gezicht mogen we er zelf op tekenen.
Plaatsvervangers, surrogaten, containers voor onze ideeën over spiritualiteit.
Triegel koos ervoor om, bruggenbouwer als hij is, de tijden en overtuigingen met elkaar te verbinden.
Zo zien we onder meer een zwarte jongen afgebeeld,
een rabbi,
de door de nazis vermoorde theoloog Dietrich Bonhoeffer (“Er is geen weg naar de vrede op de weg naar de veiligheid”),
een dakloze met pet die Petrus moet voorstellen
en meer “mensen van nu”, waaronder Triegels eigen dochter, die Maria en kind afschermen met een doek.
Aan de voeten van Maria typisch middeleeuwse engelen die muziek maken met banderol: de middeleeuwse vorm van de tekstballon.
De onthulling van het werk, in 2022, werd gedaan door een protestantse en een katholieke bisschop (Friedrich Kramer en Gerhard Feige), gedoopt “oecumenische samenheid” en een “teken van hoop”. Dat maakt het retabel een symbool van verzoening als tegenover de haat waarmee het was verwoest door iconoclasten.
Deze soms tegenstrijdige elementen maken het oeuvre van Triegel. En dat blijkt uit de werkelijkheid, want het werk staat de monumentale status van de kerk in de weg. Het verstoort namelijk het zicht op het middeleeuwse beeldhouwwerk waaraan de kerk zijn monumentenstatus dankt. UNESCO dreigt de monumentenstatus weg te nemen als het altaar niet verdwijnt (van een plek waar zogezegd nooit een altaar heeft gestaan) en dat is weer een gat in de begroting van Naumburg.
Hier toont het monumentenbeleid haar van haar meest Kafkaeske kant: dat een poging tot verzoening, het bruggenbouwen tussen heden en verleden en links of rechts, juist tot bureaucratisch gedoe leidt. Hoever zijn we gekomen?
Het stuk is speciaal ontworpen voor de plek op het altaar. Verplaatsen zou een optie kunnen zijn maar ook een knieval. Je kunt er prima omheen lopen, dus er wordt feitelijk niks aan het oog onttrokken, tenzij je een stijve hark bent en niet wilt meebewegen.
Het retabel was op reis en vandaag weer te bewonderen in Naumburg
Over de banderol:
Het Magnificat wordt ook wel de lofzang van Maria genoemd. De naam 'Magnificat' dankt het lied aan de eerste woorden in de Latijnse versie, Magnificat anima mea Dominum, "mijn ziel verheerlijkt de Heer".
Musicerende engelen, banderol, gouden achtergrond, de slang vertrapt, hortus conclusus, wit (= maagdelijkheid) en blauw (= duurste pigment, heiligheid, deugd, bescheidenheid)
Paulus is de rabbi, want die was joods.
Petrus is de dakloze, want hij kwam als vagebond naar Rome. De cap moet een pausentiara prefigureren.
Maria is zijn dochter
Plat versus ruimtelijk, ook hier.
De halsband, de elegantie, de harde vlakken.
Interessante dialoog tussen de werken in thema en materiaal en techniek: preciesd 4 x zo groot, tegengestelde richtingen, venster (?).
De fascinatie van Johannes Vermeer met parels komt ook in dit werk naar voren. Als geen ander wist hij de zachte glans van deze sieraden op het doek vast te leggen. Iconografisch zijn parels op verschillende manieren te duiden. Enerzijds worden de kostbare sieraden geassocieerd met ijdelheid en wereldlijke verlangens; anderzijds staan ze vanwege hun smetteloze glans symbool voor geloof, zuiverheid en maagdelijkheid. De spiegel aan de wand heeft eveneens tegengestelde betekenissen: trots maar ook waarheid en zelfkennis. Vermeer laat de kijker in het ongewisse over zijn bedoelingen, maar de serene uitdrukking op het gezicht van de vrouw en het binnenvallende licht geven wel een positieve uitstraling aan het schilderij.[1]
Im Wald
Omringd door het overweldigende natuurschoon van het Beierse Alpenwoud ontstond Im Wald, Erwin Olafs allereerste serie foto’s waarin de natuur de ster van de set is. In een reeks landschapsfoto’s van groots formaat zien we dat niet alleen de natuur, maar ook de mens een belangrijke rol speelt. Im Wald bevraagt hoe de mens zich verhoudt tot de natuur. Wie zijn wij en waarom denken wij alles in de hand te hebben? Het raakt Olaf dat wij tegenwoordig zo enorm hoogmoedig zijn geworden.
Im Wald is een uitgesproken pamflet dat commentaar geeft op de reizende mens en het effect toont van massatoerisme op de natuur. Olaf roept op om de natuur te koesteren en te bewonderen. We hoeven niet altijd op de top van een berg te staan of er af te skiën. Dat zelfs de toppen van de Himalaya nu bezaaid liggen met microplastics bevestigt nog maar eens hoe vervuilend onze wanderlust is.
Verwijzend naar de Romantiek van Caspar David Friedrich en het Symbolisme van Arnold Böcklin, verbeeldt Erwin Olaf het leven als een wandeling richting het onbekende en de natuur als symbool voor onze vergankelijkheid. Op 61-jarige leeftijd voelt hij dat het pad dat voor hem ligt steeds korter wordt. In één van zijn zelfportretten komt hij tot stilstand voor een kolossale rotswand. Vol ontzag ervaart hij de grootsheid en nukkigheid van de natuur. Langzaam zien we Erwin Olaf verdwijnen in de mist.
m Wald
Surrounded by the overwhelming beauty of the Alpine forest, Olaf created Im Wald, his first-ever series of photographs in which nature is placed center stage. Yet, Olaf did not exclusively photograph natural landscapes. He forefronts the role of people, staging them in visually astounding settings and examining their relationship to nature. Olaf questions who we are and why we believe everything to be within our reach. He worries that we have become too hubristic, taking for granted what we think we’re owed.
Terug naar het chiaro scuro van de 17e eeuw, en terug in de camera obscura.
Terug naar het chiaro scuro van de 17e eeuw, en terug in de camera obscura.
Hendrik Kerstens is bekend geworden met appropriatie van de oude meesters en gebruikt zijn dochter Paula als model. Hier herkennen we ergens misschien een Zeeuws Meisje in, maar het is gewoon een plastic zak op haar hoofd.
Puttend uit het collectief geheugen, en dan komen we in Beeldenwereld-terrein.
Het warme chiaroscuro van de Italiaanse Barok.
A series about the post-war architecture in Schiedam and all its quirks.
Schiedam, a small town close to Rotterdam, is internationally know for its Jeneverdistilleries, Windmills and its historic canals. This pitoresque cityscape only forms a small part of the actual city. North of the city center things look very different. The edges of the old city have been demolished and rebuild. North of the A20 a complete new part of the city emerged after the war. Here you find generic housing projects that look interchangable with the rest of the Netherlands. For a lot of residents of the city this landscape has not yet entered the collective memory of Schiedam.
As commisioned by the Cultural Forum Schiedam, I’ve created a series of photographs about this part of the city. These were shown on a architectural structure that was inspired by the architecture that i’ve photographed. The structure was designed by Rotterdam based architect Iris van der Wal.
◘ Richter, 1964, familie aan zee, o/d, 150 x 200 cm, Mus mod kunst, Duissburg
Samenkomst van fotografie en schilderkunst in het werk van Gerhardt Richter (1932). Samen met Sigmar Polke lanceert hij in de jaren zestig het kapitalistisch realisme. Vlak voor de muur een feit was, was hij vanuit Dresden naar Düsseldorf gekomen. Hij voelt de wrijving tussen zijn Oostblokverleden van sociaal realisme en de uitverkoop van westerse waarden in de veramerikaniseerde beeldcultuur van Europa. Ook hij toont de strategieën van de beeldcultuur waarbij foto’s voor werkelijkheid genomen worden. Daarnaast is zijn werk ook te zien als een onderzoek in het schilderen zelf.
Digital print on paper between aluminium and Perspex (Diasec).
1. Deconstructie van schilderkunst
Richter baseerde deze schilderijen op een digitale manipulatie van een eerder abstract werk. Hij scande een van zijn kleurrijke doeken en rekte het digitaal uit tot extreem smalle, parallelle lijnen. Door deze transformatie verdwijnt het oorspronkelijke schildergebaar, en blijft alleen een gestreept patroon over. Dit stelt vragen over de rol van de kunstenaar en de maakbaarheid van kunst.
2. Kunst en technologie
De Strip Paintings laten zien hoe digitale technieken traditionele schilderkunst kunnen veranderen. Richter experimenteert met hoe een schilderij kan ontstaan zonder direct handmatig ingrijpen, wat aansluit bij zijn bredere interesse in fotografie en mechanische reproductie.
3. Perceptie en optische effecten
De lange, horizontale of verticale lijnen creëren een optische vibratie. Door de kleurencombinaties en de repetitie ontstaat een visuele dynamiek die de kijker dwingt om langer te observeren en zich bewust te worden van hoe het oog kleur en beweging waarneemt.
Digital print on paper between aluminium and Perspex (Diasec).
Het scherm wordt hier een normatieve esthetiek: de vorm van het beeld gedicteerd door de nominaal objectieve werkelijkheid. Die werkelijkheid zijn we massaal aan het vastleggen op allerlei manieren. Toepp parkeert wat een eigen handschrift of stijl moet zijn en schildert een camerabeeld na. De schermwerkelijkheid in de breedste zin, de representatie (en dus de werkelijkheid in tweede instantie) is zijn onderwerp.
◘ Toepp, 2008, Station Building Hall 15:06:40 – 07/23/2007, od, 91 x 122 cm
◘ Wayne Toepp, , 2012, Cell Still # 3, o/d, 122 x 92 cm
De blik dan op een paar andere eigentijdse schilders die op hun eigen manier realistisch schilderen verbinden met de eigentijdse kunstwereld. Zo is er de Amerikaan Wayne Toepp (1954). Hij heeft zich jarenlang afgevraagd wat binnen de eigentijdse kunstwereld nu eigenlijk de meerwaarde was van het maken van een (realistisch) schilderij. De beeldcultuur heeft een ware revolutie meegemaakt en is daarbij nog wel plek voor mensen die op een stuk canvas verf gaan smeren? Blijft het niet steeds een soort van zwak aftreksel? Uiteindelijk is hij tot een compromis gekomen.
Via inspiratie uit de oude films van het Neorealisme en de Film Noir is hij op jacht gegaan naar bepaalde stills uit de eigentijdse beeldcultuur. Daarbij mag beeldcultuur heel breed genomen worden want hij kijkt onder andere ook naar beelden van bewakingscamera’s. Hij kan vervolgens eindeloos tobben welke still hij zal gebruiken. Doordat de gebruikte bronbeelden vaak van lage resolutie zijn is ook hier de optische structuur niet te missen. Hij kan genieten van het uitwerken van die structuur, maar wel met als eindresultaat een schilderij waarbij net als bij Brandl een stuk verhaal wordt aangewakkerd. Brandl wordt als het ware gekruist met Morley. Ook speelt tijd en tijdsverloop een grote rol in zijn werk en niet zelden zoals hier wordt de kijker nadrukkelijk op die tijd gewezen.
“In Toepp’s work (fig 105), there is an emphasis on the mediated nature of the image,
suggested through a light emanating from within the painting, simulating a screen.
There is also attention to vertical and horizontal optical glitches described by Toepp
as “scan lines [the alternating coloured and black rows] on the analogue screen or
pixels in digital interfaces” (Toepp, 2014 cited in Valli & Dessanay, p.97), which
disrupt the image and suggest a low-resolution video still. These pictorial devices
produce a twofold distancing of the viewer from the scene, firstly through the lens of
the camera and secondly through the surface of the painting. This contrasts with the
painting of the steps, which has a less overt emphasis on the mediated nature of the
image and a clearer view of the subject. Whilst Toepp seeks to create distance and
estrangement through medium, atmospheric conditions and human presence, the
painting of the steps is more ambiguous. Its stark lighting illuminates the whole
area, with a cropped composition and skewed perspective suggestive of an optical
view, as though a cursory glance made whilst passing through the area. The
snapshot viewpoint through the eye of another, draws the viewer to closer to the
lived experience of the space, as though they are there.”
https://etheses.whiterose.ac.uk/30499/1/Stone_AC_Design_PhD_2021.PDF..pdf
This body of work engages the twin notions of watching and being watched. I am examining images collected from the continual data stream of the expanding security environment that we move through in our daily comings and goings.
I attempt to remain faithful to the bland neutrality of the captured video image as I work with it in the studio. While the process of rendering the greatly enlarged images in oil paint is keyed to this neutral opticality, there is an inexorable quality of seductive beauty in the surveillance source images themselves that becomes explicit on the painted surface. The paintings function as screens on which the momentary appearance of people in various public spaces is recorded.
If art is a process of pointing, it must register and account for that which it is pointing toward. I have chosen to examine, at some length, images culled from actual surveillance video because I would like the viewer to register both the disintegration of privacy and the implications of surveillance technology in the current political climate.
Het banale tot monumentale proporties uitvergroot. Waar gaan deze schilderijen over?
Over het overgrote leeuwendeel van het menselijk leven: bewegingen van het ene naar het ander decor, tussentijd, tussenruimtes. Wat zich bevindt tussen de betekenissen. Wat betekent dit beeld? Je kunt er vele kanten mee op.
Watering toont ons ook WEER een membraan, of een scherm, een plat vlak. Hij is bekend met de wereld van de decorbouw, hoe deze decors betekenis geven aan de handelingen die acteurs verrichten die ervoor staan. Dat is een “valse” wereld, een wereld van schijn. Die schijn is ook wat zich achter of op elk scherm afspeelt. En soms zelfs doorlekt in de échte wereld.
Watering doet jaren over schilderijen, bewerkt ze voortdurend.
◘ Jonathan Wateridge, 2012, Glass Doors, o d, 200 x 290 cm
Weer een andere insteek vinden we bij Jonathan Wateridge (1972). Hij is geboren te Zambia maar raakte in 1990 verzeild op de befaamde Glasgow School of Arts. Daar kwam hij in crisis met wat hij in artistieke zin wilde. Ondanks dat even later ook Jenny Saville er afstudeerde leek schilderen hem weer iets voor kunst uit vroegere tijden. Pas in 2008 is hij serieus weer in de schilderkunst gedoken. Uitgangspunt zijn situaties die hij in zijn atelier creëert en fotografeert. In eerste instantie pakte hij er flink mee uit en bouwde halve filmsets die ook op de foto als filmset overkwamen en zo op het doek werden geschilderd.
Het idee erachter was de niet-werkelijkheid van het schilderij gecombineerd met de niet-werkelijkheid van de filmset terwijl ze anderzijds beide wel bestaan in de werkelijkheid. Vanaf 2010 begon hij meer reductie toe te passen in de studiosituaties. Zo ver dat hij uitkwam op zijn ‘non-events’. Er gebeurt wel iets. We zien een of twee mensen, maar bij wat ze doen komt amper een narratieve context tot stand. Het werk krijgt wel iets intiems. Tegelijkertijd past hij een reductie toe in zijn palet. Werken als getoond zijn maar met een paar kleuren geschilderd.
Early paintings in this body of work featured adroit representations of figures emanating foreboding auras of decadence, atomization, and social discordance, based on large sets built by the artist and populated with figure models. More recently, he has developed a formal language to more deeply explore figures that often seem isolated, interrupted, or unsure of themselves - figures, in other words, who occupy a world that is no longer guaranteed or available to them
— https://www.miergallery.com/artists/jonathan-wateridge/biography1
Ronald Rovers vergeleek in de Filmkrant bewerkt voedsel met bewerkte content. Minimaal bewerkt zijn tekstproducten als literatuur en artikelen, waar je niet verslaafd aan kan raken. Matig bewerkt zijn media als radio en tv. ‘Ultrabewerkte’ content is wat je op sociale media treft. In een ergere vorm is dat AI-werk onder de noemers brainrot en slop.
Brainrot is afgeleid van Henry David Thoreau, Amerikaans natuurliefhebber en geheelonthouder, die het gebruikte om afname in een intellectuele standaard te typeren (naar voorbeeld van de aardappelrot in 1840). In onze wereld vallen daar kortetermijnvermaak en doomscrolling onder.
Thoreau hoort bij het transcendentalisme, dat zich verzette tegen gedachteloze conformiteit en vond dat elk mens de verantwoordelijkheid droeg — of de taak had — een individuele en oorspronkelijke band met het universum aan te gaan.
Slop (woord van het jaar 2025 van Merriam-Webster) is digitaal geproduceerd werk waar geen moeite, kwaliteit of betekenis in zit.
Schilder of moordenaar? Schepper en vernietiger? Onschuld of schuld?
Haar dochter Helena is ook in de periode erop een grote inspiratiebron voor haar. Ook voor deze twee schilderijen was ze het uitgangspunt, of beter: een foto van haar. Die foto zal van een paar jaar eerder zijn geweest. Licht en donker spelen een grote rol. De schilderijen zijn gemaakt voor een tentoonstelling in New York met als titel Not From Here. Zoals ze zelf aangeeft speelde daarbij voor haar de idee van afkomst een rol. Geen New Yorker, (nog) geen Nederlander en ook geen zuid afrikaan meer. Hoe zit dat met die persoonlijke identiteit evenals hoe zit dat daarmee in de kust en beeldtaal?
The Painter is een nukkig en kwetsbaar portret van Helena. De handen vol met verf als schepper en bekladder, beeldenmaker en -vernietiger, creativiteit en censuur. Of zien we een moordenaar, groot voorhoofd, diepe ogen, handen met bloed, of is het verf?
Dumas geeft aan dat Helena inderdaad soms met de hele hand in de verf ging. Samen hebben ze ook werken gemaakt. Uitgangspunt voor dit werk, The Painter, was een beeld van Helena met op haar eigen blote buik een groot ruis geschilderd. Dat had iets heel markants, de boze blik, en dat lichaam gemerkt met een kruis. Uiteindelijk heeft Dumas dat kruis weer weggehaald waardoor die gekke blauwe kleur is ontstaan als vlak, Het geeft het beeld een heel eigen lading.
— https://steemit.com/art/@steemswede/art-essay-marlene-dumas-the-image-as-a-burden
Ingrid Bergman in de film For whom the bell tolls. Een film uit 1943 die haar haar eerste Oscar nominatie opleverde, een gearriveerde actrice. Ze won er uiteindelijk 3.
Ze speelt een wees, kind van in de Spaanse burgeroorlog vermoorde ouders. Deze rol bracht haar aan het firmament. Een sterke vrouw in een positie van bedrog, onoprechtheid, spel, theater, behagen van een publiek. Giving them what they want. Het illustreert de complexe zegetocht van de vrouw: jezelf te koop zetten en toch een sterke positie innemen.
— https://oscargasms.blogspot.com/2015/04/ingrid-bergman-for-whom-bell-tolls.html
Bergman overleed in 1982
Ze zocht er geen foto's op van mensen die echt aan het huilen waren. Ze ging een stap verder. Ze koos beelden van actrices die huilen en daarmee verdriet communiceren. Hier zien we Ingrid Bergman en Romy Schneider. Het gaat Dumas niet om de klik van herkenbaarheid, ze zijn juist niet heel herkenbaar. Wel lijkt het te gaan om gespeeld verdriet en gevoeld verdriet. Hun gespeelde tranen roepen bij de kijkers een oprecht verdriet op. Hoe is dat in verf te vertalen? Let op het detail bij de nonchalance van het haar en de zoektocht in verf bij het oog. In de loop der jaren is Dumas het ‘praten' met de verf steeds meer meester geworden vanuit ene heel persoonlijke insteek.
Romy Schneider in L'important c'est d’aimer (1975), waarin Romy een mislukte actrice speelt die noodgedwongen de kost moet verdienen met morsige softporno. Dit beeld komt uit een scene waarin een sensatiebeluste fotograaf foto’s maakt van een ongelukkige Romy, die als gevierd actrice dus een mislukt actrice speelt. Ook hier is het verdriet onoprecht.
Schneider verloor een zoon in 1981, waarna ze begon te drinken. Die zoon, David Meyen van 14 jaar, viel zichzelf dood op de spijlen van een hek. Ze overleed in 1982, officieel door een hartstilstand.
Ze zocht er geen foto's op van mensen die echt aan het huilen waren. Ze ging een stap verder. Ze koos beelden van actrices die huilen en daarmee verdriet communiceren. Hier zien we Ingrid Bergman en Romy Schneider. Het gaat Dumas niet om de klik van herkenbaarheid, ze zijn juist niet heel herkenbaar. Wel lijkt het te gaan om gespeeld verdriet en gevoeld verdriet. Hun gespeelde tranen roepen bij de kijkers een oprecht verdriet op. Hoe is dat in verf te vertalen? Let op het detail bij de nonchalance van het haar en de zoektocht in verf bij het oog. In de loop der jaren is Dumas het ‘praten' met de verf steeds meer meester geworden vanuit ene heel persoonlijke insteek.
Dit gezicht is dat van Anna Magnani, actrice, in verdriet over het verlies van haar zoon Ettore in Pier Paolo Pasolini’s film Mamma Roma uit 1962. Eerder won ze voor haar rol in The Rose Tattoo uit 1955 een Oscar.
Anna Magnani overleed in 1973
Dumas bevriest de tragiek, het animale van ongecontroleerde emotie. Maar dat is het wel, want we zien een actrice. Een echo van een pietà, een religieuze, theatrale vorm van lijden. Lijden dat overigens al eerder in meer authentieke vorm via nieuwsbeelden door Dumas is uitgedrukt.
Tim Gardner maakt prachtige pasteltekeningen van juist ook weer de tussenmomenten. De momenten van ontspanning, ongerichtheid, leegte, gebaseerd op foto’s.
Zijn boodschap lijkt te verwijzen naar de bezigheid van het ambachtelijke proces van kunstzinnige creatie, gepaard aan momenten van leegte in het leven van jonge mensen. Weinig hoogdravend qua inhoud, ouderwets en met de nadruk op de uitvoering.
◘ Tim Gardner, 2012, Chris Smoking, pastel op papier, 85.7 x 67.6 cm
Die route volgt hij nog steeds en niet zonder succes. Zo had hij bijvoorbeeld zo’n zeven jaar geleden al een tentoonstelling in Londen in de National Gallery. Door zijn blik op de mensen werd er een link gelegd naar het werk van Eric Fischl en diens ‘buitenwijkmentaliteit-schilderijen’. Aangezien ook de natuur een steeds prominentere rol in zijn werk inneemt en dan ook qua sfeer en beleving en de mensen klein (dus niet zoals bij deze tekening) wordt soms ook de link gelegd naar Friedrich. Van Velasquez met Disney T-shirt dus nu een kruising van Fischl met Friedrich.
Tim Gardner was born in Iowa City in 1973 and grew up in Canada. He received a BFA from the University of Manitoba in 1996 and an MFA from Columbia University in 1999. Since the late nineties, Gardner’s watercolors, pastels, and oil paintings have explored a specifically North American middle-class world of masculinity and the pictorial conventions used to document it. His early source material comprises photographic snapshots, either found or taken by the artist, that capture the rites of passage in which his subjects partake. In the years since, Gardner’s work has rekindled a sublime aesthetic of Romanticism, depicting his subjects engaged with the natural and urban environment. Nocturnal scenes influenced by Japanese woodblock prints further explore the identity of his figures amid sobering landscapes.
Gardner has exhibited his work internationally at such institutions as The National Gallery, London, the San Francisco Museum of Modern Art, Kunsthalle Basel, and the Contemporary Art Gallery, Vancouver. His work is in the collections of The Museum of Modern Art, the Whitney Museum of American Art, and the National Gallery of Canada, among others.
Schitterende “cultural appropriation” door Rob Scholte. Nu helemaal trending met de grote Vermeer tentoonstelling in het Rijksmuseum.
Een borduurwerk naar het beroemde schilderij van Johannes Vermeer dat omgekeerd is gemonteerd in de lijst en achterop door Scholte met marker gesigneerd en gedateerd (2009). In zeer goede conditie. Hiermee komen ook de waarden als hoge cultuur en kitsch met elkaar in confrontatie. Vervolgens toont hij dan niet de geborduurde werken, maar digitale prints van de geborduurde werken waardoor onder andere ook de kwestie van auteurschap een rol van betekenis gaat spelen.
Het melkmeisje is één van de meest beroemde werken van Johannes Vermeer. De bescheiden bediende in blauwe en gele kleren is een icoon binnen de Nederlandse kunst. Duizenden melkmeisjes moeten er verspreid over Nederland aan muren hangen. Steekje voor steekje is haar beeltenis door vele vlijtige handwerkers in de voetsporen van Johannes Vermeer op doek gebracht.
De afbeelding verwijst naar iets dat al bestaat en beroemd is, maar de feitelijke uitvoering is door handwerklui gemaakt, in opdracht van Rob Scholte. Waar ligt nu het eigendom?
Wat we niet zien is wat we eigenlijk vooral zien. Wat blijft er over van lopendeband superstimuli? Borduren als toegevoegde tactiele laag.
Strik over zijn borduursel: Ik verknipte pornoplaatjes van dames, maar ik knipte het essentiële eruit. Bij een bepaald werk verwijderde ik de blow-jobs en bracht die vervolgens samen met Het Lam Gods van de gebroeders van Eyck. Het fundamentele hierin is dat je de context van de foto kan manipuleren door de toeschouwer erbij te betrekken. Wederzijdse beïnvloeding vond en vind ik heel fascinerend. Als reactie hierop ben ik die foto’s gaan bestikken, waardoor ook de context veranderde. Zo is het eigenlijk begonnen. Wat ik zo raar vond aan die pornografie is dat je volstrekt niet geïnteresseerd bent in die mensen. Je komt nooit een plaatje tegen waarvan je zegt: ”Goh die lijkt op mijn zus of, nog erger, op mijn moeder.” Door die foto’s te bestikken, komt er een soort huid op en verandert de context automatisch. Die keiharde pornowereld in koud licht, waar je maar een Viagra-pil moet nemen als het niet vanzelf gaat, wordt opeens veel zachter met die stiksels erop, alsof het een liefdesscène is.
Berend Strik : het beeld zijn tactiele kwaliteit teruggeven. De verharding tegengaan met zachte aanraking.
Julie Cockburn : de vrouw en haar identiteit achter handwerk?
Verhalen en interpretatie: Cockburn is geïnteresseerd in hoe beelden betekenis krijgen en hoe de kijker geschiedenis, emotie en verhaal leest in een foto. Haar interventies nodigen uit tot nadenken over de relatie tussen het oorspronkelijke beeld en haar creatieve reactie daarop.
043 is Maastricht.
Helemaal niet technologisch maar wel technisch is Joost Conijn, die zijn eigen vervoermiddelen bouwt, ermee op pad gaat, dat vastlegt en dan is er een kunstwerk. Conijn is een handwerker, maar wat is zijn kunst nu eigenlijk?
We laten hier Panamarenko en Jean Tinguely even buiten beschouwing, vanwege de 21e eeuw.
The C003 OK-NUL 43 is a single-engine, two-seat amateur built aircraft of wood, aluminium and fabric construction. The C003 is the third aircraft designed and built by the Dutchman Joost Conijn. The C003 weights 300kg and flies at a speed of 120-140 km/hr. The aircraft received her CofA in the Czech Republic and was registered OK-NUL 43 in 2008. The C003 was built for a flight to Africa where Mr. Joost Conijn planned to meet the real Africa instead of touristic Africa. In June 2010, the flight to Africa started at Lelystad Airport in the Netherlands and ended in Nairobi, Kenya, four months later. The journey through and adventures in Africa are described by Joost Conijn in the book "Piloot van goed en kwaad".
Joost Conijn maakte een avontuurlijke reis met zijn OK-NUL43, een zelfgebouwd vliegtuig. In een aantal etappes vloog hij naar Oost-Afrika met hier en daar wat oponthoud, zoals in Oeganda waar hij even werd opgepakt, omdat de autoriteiten niet begrepen wat hij kwam doen. Joost Conijn zoekt grenzen op in vele opzichten. Al tijdens zijn opleiding aan de Gerrit Rietveld Academie begon hij met het uitvoeren van technische uitdagingen. Hij reisde over de wereld met zelfgebouwde voertuigen en documenteerde deze met film. Hij maakte een reis op een zelfgebouwde fiets door het Rifgebergte, reed met zijn houten auto – die als brandstof hout verbruikt – naar Tsjernobyl in Rusland en bouwde vliegmachines.
Zijn laatste vliegtuig, de OK-NUL 43, waarmee hij in eenperiode van 4 maanden in etappes naar Oost-Afrika vloog, weegt 300 kilo en kan 130 kilometer per uur vliegen. Joost Conijn brengt met zijn werk techniek op menselijk niveau en laat zien dat ‘doen’ en ‘maken’ de mens eigen is.
One of the best-known British artists of today, Perry (b. 1960) employs a wide variety of techniques and materials. His works range from large woodcuts, tapestries and cast-iron sculptures to prints, dresses and even an entire house. Perry calls himself “a tranny potter” and explores a climate in which people fear difference and retreat to the safe confines of their own group.
In each episode, Grayson and his wife Philippa also created an artwork around a theme, such as home, family or travel. Reflections on the small, domestic life are alternated with reflections on Brexit and the pandemic. One of the new works created by Grayson Perry himself is We Shall Catch it on the Beaches. A colourful vase covered with visual reflections of the British people during the corona pandemic.
Ook een handwerker: Grayson Perry. Hij maakt tapijten en keramiek met een scherp commentaar op het nu. Hij brengt verleden ambachtelijkheid samen met de moderne aanvechting van de kunstenaars om geengageerd te zijn,.
https://www.bonnefanten.nl/en/exhibitions/grayson-perry-we-shall-catch-it-on-the-beaches
The Walthamstow Tapestry explores the emotional resonance of brand names in our lives and our quasi-religious relationship to consumerism. Charting man's passage from birth to death, the tapestry is peppered with leading brands encountered along the way. Stripped of their logos and thus much of their identity, the names run alongside - often incongruous - depictions of people going about their everyday lives: walking the dog, nursing children, skateboarding, hoovering, and, of course, shopping. Perry is a great chronicler of contemporary life, in whose work sentiment and nostalgia sit subversively alongside fear and anger. In The Walthamstow Tapestry many of the world's leading names, from luxury brands such as Louis Vuitton and Tiffany to high street giants such as Marks and Spencer and IKEA, come under Perry's excoriating gaze in this cautionary and prophetic tale of modern day life. Inspired by antique batik fabrics from Malaysia as well as eastern European folk art this vast work provides a colourful, rich and complex visual journey across our contemporary landscape.
Teun Hocks (1947) creëert surrealistische scènes waarin een gewone man – niet een archetypische held - van middelbare leeftijd wordt geconfronteerd met de bijna surrealistische doch alledaagse taken en omgeving die hij moet trotseren.
De geënsceneerde taferelen tonen een persoon die gedwarsboomd, opgesloten en gefrustreerd is, en schijnbaar geen oplossing heeft voor de situatie waarin hij verkeert. Het maken van zijn geënsceneerde foto’s is een langdurig proces. Hocks begint met het opbouwen van de set die hij vervolgens verft en inricht met rekwisieten. Dan neemt hij er zelf in plaats en legt hij de scène vast met zwart-wit foto’s. De foto’s vergroot hij uit en met behulp van transparante olieverf kleurt hij ze in. Tot slot maakt hij hiervan weer een zeefdruk.
Cools werkt met de natuur. Hij oogst vlinderpigmenten.
De grondstof voor lezing 2: Natuur en milieu!
Ronald Rovers vergeleek in de Filmkrant bewerkt voedsel met bewerkte content. Minimaal bewerkt zijn tekstproducten als literatuur en artikelen, waar je niet verslaafd aan kan raken. Matig bewerkt zijn media als radio en tv. ‘Ultrabewerkte’ content is wat je op sociale media treft. In een ergere vorm is dat AI-werk onder de noemers brainrot en slop.
Brainrot is afgeleid van Henry David Thoreau, Amerikaans natuurliefhebber en geheelonthouder, die het gebruikte om afname in een intellectuele standaard te typeren (naar voorbeeld van de aardappelrot in 1840). In onze wereld vallen daar kortetermijnvermaak en doomscrolling onder.
Thoreau hoort bij het transcendentalisme, dat zich verzette tegen gedachteloze conformiteit en vond dat elk mens de verantwoordelijkheid droeg — of de taak had — een individuele en oorspronkelijke band met het universum aan te gaan.
Slop (woord van het jaar 2025 van Merriam-Webster) is digitaal geproduceerd werk waar geen moeite, kwaliteit of betekenis in zit.
12 januariLes 2: Natuur en milieuLeven en vergankelijkheid als grondstof, obstakel en/of decor.