Ik was dus in Bulgarije geweest. Voor €55,- retourtje vanaf Eindhoven. De treinreis heen en weer was duurder. Nou ja, niet echt, maar bij wijze van spreken. Vlogen naar Sofia, werd daar opgehaald door een transfer vanuit het (goedkope) hotel met de veelzeggende naam Hotel Cheap, tussen de Leeuwenbrug en het treinstation. Prima hotel, maar achteraf was de transfer van €15,- aan de dure kant! Je verwacht het niet…
Alle foto’s zijn gemaakt met mijn gare Huawei, voor esthetisch genoegen moet je elders zijn. Wat volgt is documentatie.

Één van de leeuwen op de leeuwenbrug (Лъвов мост). Verplichte stop voor mij. Er zouden nog meer leeuwen volgen. Echt een leeuwenstad, Sofia. Vanaf hier loop je zuidwaarts richting het voetgangersgedeelte waar de creme de la creme van Sofia flaneert, drinkt en koopt.

Dit gebouw staat op de kaart als een badhuis, maar herbergt een verzameling nationaal-historische belangwekkende zaken. Ik ben er niet in geweest. Geen tijd.

En dit is het uitzicht de andere kant op. Je ziet de minaret van Banya Bashi moskee. Wat me opviel is de relatieve vredigheid waarin moslims en katholieken naast elkaar leven (een enkele historische klapper daargelaten). Wellicht is dat ook te danken aan de aylak-mentaliteit van de Bulgaren: rustig aan, ontspannen. Niet zo druk maken. Syrische vluchtelingen zouden hier mijns inziens veel beter aarden dan in West-Europa, waar Islam als een probleem wordt gezien.

Het voormalige hoofdkantoor van de communistische partij. Een enorme klont van een gebouw. Je moet door een tunneltje om op de stoep te komen, en in dat tunneltje wordt weer van alles verkocht. Net als in Boedapest en Kiev.

Wachters voor het presidentieel paleis. Ze waren net aan het wisselen toen we aan kwamen lopen. De benen omhoog zwaaiend, klapperende hakken, een beetje Monty Python. Je kunt wel gewoon het pleintje op, daarachter, want daar staat het oudste gebouw van Sofia.

De Sint-Joris-kerk. Het zou gebouwd zijn in de 4e eeuw na Christus. En je kunt er gewoon in. Het wordt wel op prijs gesteld als je iets koopt bij de oude vrouwtjes die er een winkeltje in bijhouden. Ik heb maar een plaatje van Sint Joris gekocht. Is toch een van de meest sympathieke sinten. Met zijn draak. Hij representeert het geloof tegenover het kwaad, maar voor de Bulgaren is er ook een sterke link met het nationale leger. Ik zag in het Socialistisch Museum nog een andere fraaie interpretatie van Joris. Dat later.

Hij is een beetje schuin, waarvoor mijn excuses, maar dit is de Sveta Nedelya-kathedraal. Hier zit speciaal een bocht in de weg, de hoofdader tussen het station en de Vitosha-voetgangerstraat om het gebouw heen. Binnen vind je prachtige fresco’s van Bijbelse verhalen en het leven van Jezus en diverse andere heiligen. Ook valt het licht heel fraai binnen via de koepel. Heilige huisjes bouwen kunnen ze in Bulgarije wel. Ook daarover later meer.

Dit is waar de bocht in het Sveta Nedelya-plein overgaat richting Vitoshka. Aan de horizon de berg Vitosha, aan de zuidkant van de stad. Hier gaan de Sofiatsi hun vrije tijd vieren.

En een blik noordwaarts, vanaf het voetgangersdeel richting Sveta Nedelya. Trams, bussen, taxi’s en al dat kruisen hier.

Sofia is “under construction”. Het park bij het Paleis van Cultuur is helemaal op de schop, het treinstation en de metrohalte Serdika ook. Ik denk dat dat laatste te maken heeft met de archeologische vondsten waar Plaas in zijn serie al aan refereerde. Bij Serdika zijn nu de resten van stenen kamers zichtbaar, heel onhandig gelokaliseerd onder de autoweg. In het nieuwe metrostation is ook een oud stuk muur te zien. Ik gok dat in Sofia, net als in Plovdiv, nog vele eeuwen archeologie verborgen zit onder de bebouwing. Bij elke opgraving komen ze iets tegen.

Dit vreemde beton-en-staal kunstwerk staat in het park. Hier stond een monument voor de Bulgaarse onbekende soldaat, meen ik. Er gaan stemmen op om dit in ere te herstellen, getuige de plakkaten aan het hekwerk (niet op de foto).

Het Paleis voor Cultuur ligt er gehavend bij, zo tussen de opknapwerkzaamheden. Het plein midden in het bijbehorende park gaat er vast heel mooi uitzien, maar dat gebouw blijft toch een lelijk ding. Het doet nu dienst als een soort jaarbeursgebouw waar nu een huishoudbeursje gaande was. Het is vrij toegankelijk en we zijn op de 8e verdieping geweest. Helaas waren niet alle deuren open. We konden wel op veel plekken komen, zo hier en daar stonden mensen te roken en liepen er wat verdwaald rond. Een vreemde ervaring.

Zijopname van het Paleis. Vitosha weer op de achtergrond.

In de avond genoten we een traditionele Bulgaarse maaltijd (waar overigens bijna alle “mexaha”’s en “pectopaht”s mee adverteren). Dit was een houten constructie waarin een restaurant huisde met de onmogelijke naam Hadjidraganovite Kashti. En als dat nou zo op de gevel zou staan, maar het is natuurlijk in cyrillisch. Gelukkig lees ik dat een beetje, maar begrijpen doe ik het dan nog steeds niet. Het eten hier was formidabel. En veeeeel te veel. Kregen het gewoon niet weg. Er komen ook veel zakenmensen met internationale klanten en toeristen. Zo zaten er vanavond een Nederlandse afgevaardigde met een Bulgaarse collega, nog een onbekende buitenlander en een groot gezelschap stoffige Britten. De locatie is wat achteraf (wel naast ons hotel!) maar het is echt fantastisch eten. Aanrader!

De volgende dag zijn we met de metro naar het Museum voor Socialistische Kunst gegaan. Dat ligt aardig buiten de stad. Ze hebben er een beeldentuin en een handjevol schilderijen.

De beeldentuin is wel het hoogtepunt. Het museum is ook even zoeken, op de achtergrond de grote kapitalistische kantorenflat met winkelcentrum die het museum aan het oog van de straatganger onttrekt.

Ondergetekende op schoot bij ome Vladimir.

Het meest interessante schilderij in de collectie (de rest was van Bulgaarse communisten in graanvelden en slagvelden). De herinterpretatie van Sint Joris als communistische strijder die het fascistische monster doodt. Fantastische symboliek.

Het gastenboek met geestige brijdrage van “Jeremy Corbyn”.

Op zoek naar de tramhalte een beetje verdwaald en een kleine excursie urban Sofia gemaakt.


De leefomgeving is treurig, hier. Veel afval, losse stoeptegels (foei buurtcommissie!) en natuurlijk de zwerfhonden! Hoewel ik geen hele roedels heb gezien. Ze zijn niet opdringerig, wandelen een beetje rond, zijn niet agressief en bedelen niet. De bedelaars in Sofia zijn veel erger! De honden zien er over het algemeen gezond uit. Een enkel beestje kan wel een borstelbeurt gebruiken. Ik heb me laten vertellen dat de honden worden gevangen, gesteriliseerd en getagd en weer worden losgelaten. In Plovdiv hebben de honden dan ook oormerken (Marianne Thieme, help!) maar dat heb ik in Sofia niet gezien. Overigens zijn andere Bulgaarse steden dichter bevolkt door magere zwerfkatten (en vooral kittens!) dan door honden. Één enkele keer zag ik een zwerfhond in de natuur, op de weg naar Batak.

Uiteindelijk heb ik de tram niet gevonden. Er reed een vervangende bus… helaas. Toen maar weer uitgestapt bij het cultuurpaleis en het gebouw bedwongen. Dit is het uitzicht vanaf de 7e verdieping.


En dit is het interieur. Het was na de tweede verdieping volledig uitgestorven, op een enkele roker na. Een kleine communistische ideaal van toegankelijkheid wellicht in stand gehouden?

Nog een fraai staaltje Bulgaars parkeren om mee af te sluiten. Je kunt je autowrak hier gewoon op straat kwijt.
Er was meer. We gingen nog met de trein naar Plovdiv en van daar met de auto via Bachkovo, Trigrad, de strot van Satan en Rila via Samokov terug naar Sofia. Maar dat moet je maar zelf bedenken

Geef een reactie